Een eigen huis

Jordy woonde jaren bij het Leger des Heils. Nu heeft hij een eigen appartement. Waarom vindt hij een eigen huis zo belangrijk?

Gepubliceerd: 03 augustus 2017 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Iris Dorine

Een eigen huis

Jordy woonde jaren bij het Leger des Heils. Nu heeft hij een eigen appartement. Waarom vindt hij een eigen huis zo belangrijk?

Gepubliceerd: 03 augustus 2017 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Iris Dorine

Hoog in een woontoren, met een prachtig uitzicht over de stad, heeft Jordy (23) zijn eigen appartement. Dat er niet veel spullen staan is de bedoeling; hij houdt van strak en minimalistisch. En van weinig mensen om zich heen. Een eigen appartement is iets dat hij, na jaren ‘op de groep’ te hebben gewoond, ontzettend nodig had. “Ik heb eindelijk rust aan mijn hoofd. Het maakt zoveel verschil om hier te wonen.”

Een onbezorgde jeugd heeft Jordy niet gehad. Pesten, problemen in zijn gezin. Hij ging van een blijf-van-mijn-lijf-huis naar een jeugdinrichting naar een groepswoning van het Leger des Heils. Jordy voelde zich er niet thuis. “Ik zat tussen allemaal van die probleemjongeren die hevig gebruikten. Zo was ik helemaal niet. Er was niets mis met mij, er was iets mis met de situatie waar ik uit kwam. Ik isoleerde me daardoor van mijn medebewoners. Verslaafde gasten zijn vaak onhygiënisch, slordig en ze stelen als ze geld nodig hebben. Ik vond het vreselijk om bij hen te moeten wonen. Ik paste er gewoon niet.”

Slechte invloed

Hij houdt van zwart-wit in zijn interieur en kleding. Dat is ook wel een beetje hoe hij in het leven staat. Terug naar de opvang zou hij nooit meer willen. Het zijn vooral de mensen met problemen waar hij moeite mee had. “Of je nu wilt of niet, je wordt beïnvloed door de mensen waar je bij woont. Ik woonde met mensen die hele ladderstrepen hadden gesneden in hun armen. Veel jongens gebruikten superveel. Ik voelde me heel ongelukkig toen ik daar woonde.’

Stigma

Dat het voor Jordy niet werkte om op een groep te wonen, zag zijn begeleiding ook wel in. “Het was voor mij bijna onmogelijk om niet mee te gaan in die negatieve energie van de jongens die ik toen om mij heen had. Er woonden zware gevallen in mijn buurt; jongens die altijd problemen maken. Mensen weten dat je daar woont en dan gaan ze je ook zo behandelen. Dan denken ze dat je ook gebruikt, dat je verkeerde dingen doet. Dus daar ging ik vanzelf in mee. Om met mijn leven om te kunnen gaan, maar ook om te verwerken dat er mensen om me heen stierven. Drie jongens in mijn huis overleden in de tijd dat ik er woonde. Dan dacht ik ‘what about me’?”

Rust

Jordy was dolblij toen het Leger des Heils hem aan een eigen huis hielp. Volgens zijn persoonlijk begeleider gaat het nu veel beter met hem. Op de vraag wat hem het meest blij maakt in dit huis, antwoordt Jordy: “De rust. Ik ben verantwoordelijk voor mijn eigen ruimte, ik moet het zelf schoonhouden. Hier komt er niemand aan de deur drugs verkopen, niemand maakt herrie, niemand valt me lastig. Als er mensen komen, dan weet ik wie dat zijn.” Dat gebeurt niet vaak, Jordy is graag alleen thuis. “Ik heb wel een vriend die regelmatig komt gamen, maar ik voel me ook niet eenzaam als ik alleen thuis ben. Ik ben introvert; mijn eigen gang gaan, past goed bij mij.”

Vooruit kijken

Vanuit deze rust kan hij ook vooruit kijken. “Weet je, gasten die te lang onder begeleiding staan, gaan zich ook zo gedragen. Ze nemen geen verantwoordelijkheid meer voor hun eigen leven, komen te laat. Als je echt depressief bent, maakt het je ook niet meer uit of je nog op jezelf kunt gaan wonen. Dat wilde ik niet voor mezelf. Ik kan nu weer aan mijn toekomst denken. Ik heb momenteel een reïntegratiebaan, maar uiteindelijk lijkt het me tof om artiestenmanagement te gaan doen, ofzo.”