"Mijn familie vindt het nu te spannend om mij op de bank te hebben"

Normaal gesproken is het gezellig druk in de daklozeninloop in Utrecht. Nu het coronavirus rondwaart in Nederland, mogen de dak- en thuisloze mensen maar een kwartiertje naar binnen, krijgen ze één kopje koffie en wat eten, en moeten ze afstand houden. Het is bijna niet te doen.

Gepubliceerd: 03 april 2020 in Samenleving Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Marleen Kuipers

Bij de inloop van het Leger des Heils gaat het anders dan anders. Waar het anders gezellig druk is en mensen een tosti en een bakje koffie nemen, komt men nu één voor één binnen. Iedereen moet z’n naam opgeven en afstand houden. Er staan doekjes en ontsmettingsmiddel klaar. De helft van de ruimte is met vrolijke feestslingers afgescheiden en de zitplekken staan telkens 1,5 meter uit elkaar. Een kort kopje koffie en dan de straat weer op. Medewerker Heleen: "Iedereen mag een kwartiertje binnen blijven, maximaal. Anders is het gewoon te vol, dan is die afstand niet meer te doen. Sommige mensen komen hier douchen, daar zijn we wel iets minder streng voor." De mensen die komen douchen hebben veelal een Oost-Europese achtergrond. Zij hebben vannacht op een slaapzaal geslapen, of, als ze dat niet wilden, buiten. Ze krijgen een handdoek en shampoozakjes uitgedeeld met ‘Gold’ erop. 

Buiten komt Tommi aan. Hij komt uit Finland. Hij zegt niet veel, want Engels spreekt hij niet. Met hulp van Google Translate gaat het net. Hij stopt zijn gele schuimrubberenbedje tussen de prullenbak en het hek aan de gracht. Dan pakt hij zijn plastic zakje mee en gaat naar binnen. Even zitten. In een art deco stoel bij het raam. Hij heeft waarschijnlijk wel recht om binnen te slapen in de koudweersopvang, maar hij slaapt toch buiten, zegt hij. Waar precies kan hij niet uitleggen. Maar koud heeft hij het niet, zegt hij. In Finland is het veel kouder en hij heeft een bontjas aan van thuis.

Toch buiten slapen

De mensen uit de opvang kunnen normaal gesproken overdag even naar het toilet bij de McDonalds, warm binnen zitten bij de bibliotheek, of wat muntjes inzamelen in de winkelstraat. Nu is alles dicht en zijn de straten leeg. In de inloop komen vooral mannen. Ze komen vanaf verschillende slaapplekken aangelopen. De meesten slapen in de opvang, sommigen op straat, anderen in een auto. Met de koudweersregeling zou eigenlijk iedereen binnen moeten kunnen slapen in Utrecht. Toch kiezen sommigen ervoor buiten te blijven slapen. Misschien is het gewenning, misschien kunnen ze niet slapen met snurkende anderen. In Utrecht mag je nu overdag binnenblijven in de opvang als je daar 's nachts slaapt. Slaap je daar niet, dan kom je overdag ook naar deze inloop om warm te worden.

Een van de bezoekers is afkomstig uit Hongarije. Hij heeft een broek aan van slaapzak-materiaal. "Op straat slapen is geen probleem. In Hongarije kan het tot -20 graden vriezen. Ik zoek 's avonds een boot op en kan daar dan een paar uur beschut op liggen." Een Poolse jongeman wacht op een douchebeurt. Hij kan niet vertellen of hij binnen of buiten heeft geslapen. Hij spreekt geen Engels en geen Duits. Wel een paar losse Engelse woorden. 'Job', 'christian' en 'hello'. Hij hangt een beetje los bij een grotere groep mannen die afkomstig is uit Oost-Europa. Ze komen op het laatste moment binnen, tegen twee uur 's middags. "Waarschijnlijk omdat ze dan 's morgens nog buiten slapen," vertelt Nourdin, een medewerker. "Deze mannen kunnen wel binnen slapen bij de koudweersregeling, maar ze willen als groep niet uit elkaar. 's Nachts lopen ze dan rond en tegen de ochtend is het pas warm genoeg om echt even in slaap te kunnen vallen. Ze hebben altijd erg veel trek, dus we geven hen veel brood." De mannen eten inderdaad veel en smeren grote hoeveelheden ketchup op hun eten. Op de foto willen ze niet.

Een Desperados-pet in tijden van Corona Een Desperados-pet in tijden van Corona

Gedumpt door de werkgever

Nourdin werkt bij de inloop, en maakt zich geregeld boos. "Vorige week kwam hier iemand uit Litouwen in een volgeladen auto aanrijden. De man naast hem achter het stuur was zijn werkgever. Die wilde van hem af, nu er geen werk meer is. Tijdens het werk sliep deze Litouwer ook bij deze werkgever. En nu dropte hij deze man gewoon voor de deur van het Leger des Heils. Ik heb toen boos tegen deze werkgever gezegd dat hij zijn verantwoordelijkheid moest nemen. Deze man kan nu niet terug naar Litouwen, hij moet gewoon een hotel krijgen van deze werkgever. Dit soort praktijken zullen nu alleen maar toenemen. Arbeiders uit Oost-Europa die gedumpt worden door hun werkgevers en niet terug kunnen reizen naar hun land van herkomst. Zij staan op straat en hebben nergens recht op."

Er liggen na een paar uur zakdoekjes vol snot op de tafel. De regels van het afstand houden worden herhaald door een medewerker. Maar ze lijken niet bang voor Corona. Reinier woont boven de opvang, hij heeft nu een aantal maanden een eigen kamer. "Ik ben in mijn tijd op straat al vaker beroofd, met een mes in mijn buik gestoken, voor mijn kop geslagen met volle colaflessen - ik ben niet bang voor corona." Een man uit Turkije is wel bang voor anderen: “Van een neef uit Frankrijk hoorde ik dat er wel 18 mensen in 1 nacht in het bejaardentehuis zijn overleden. Dat is wel erg hoor, daar schrik ik dan wel van.” Hij is niet bang voor zijn eigen gezondheid, maar wel om oudere mensen aan te steken. Dat hij kucht, is gewoon van het roken. Een andere man, afkomstig uit Marokko, vertelt: “Ik sliep eerder twee nachtjes op rij bij verschillende familieleden. Maar die vinden het nu te spannend om mij op de bank te hebben. Dat snap ik ook wel. Gelukkig slapen we hier in Utrecht niet op slaapzalen, dat is alleen bij de mensen die naar de koudweersregeling moeten zo."

"De straat waar zij leven is nu leeg en stil."

Nourdin: "Ik merk in gesprekken dat er ook wel bezoekers onzeker en bang zijn. Je merkt dat de bezoekers zich aanpassen. Vaak luisteren veel van deze mensen niet naar regels, maar nu houden ze zich keurig aan dat kwartiertje binnen zijn. Het doet iets met hen dat alles nu opeens anders is. Veel van hen kunnen dat gevoel alleen niet goed onder woorden brengen. Voor de meesten is een bepaalde routine doorbroken, en de straat waar zij op leven is nu vreemd stil en leeg. Ze kunnen niet meer naar het toilet bij de Hema, moeten nu hun behoefte in de struiken doen. Ze kunnen niet even naar binnen bij de bibliotheek, of om muntjes vragen bij het station. Omdat bezoekers niet goed begrijpen wat er gebeurt, luisteren ze wel goed naar wat de hulpverlening van hen vraagt. Als ik zou zeggen dat ze een half uur op één been moeten staan om geen corona te krijgen, dan zou het gros dat meteen geloven en doen. Dat zegt genoeg.”