‘Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd, toch?’

Bianca woont bij het Leger des Heils. Haar leven is zwaar, maar toch is ze erg positief. Wat is haar geheim?

Gepubliceerd: 03 augustus 2017 in Geluk Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Wendy Bos

Bianca (53) zit niet in haar rolstoel, ze dánst erin. Ze heeft nog anderhalve been, maar met haar arm non-stop aan het wiel, lijkt het of ze constant huppelt gedurende het gesprek dat ik met haar heb in Leidsche Maan, de opvang waar ze woont. Volgens Bianca doet ze dat altijd. “Ik merk tijdens het eten dat ik op een gegeven moment niet meer bij m’n bord kan. Dan ben ik ongemerkt naar achteren gedanst.”

Haar been is eraf door een vleesetende bacterie, vertelt ze. Maar dat is niet het ergste dat Bianca is overkomen. Haar zinnen zijn niet altijd samenhangend, dus het vergt geduld om te ontdekken wat Bianca heeft meegemaakt. Ze maakt haar verhaal licht met ondeugend lachende ogen en een brede glimlach. En als je wilt ook een liedje. Ik leg haar uit dat ik haar interview omdat ze bekend staat om haar positieve houding. “Oh.. nou, ik heb genoeg reden om verdrietig te zijn. Ik heb vijf kinderen, maar ze zijn allemaal opgevoed door pleegouders. Mijn eerste en mijn tweede man zijn overleden. Ik ben elke dag bang dat ik mijn ouders teleurgesteld heb. Mijn enige troost is dat het treinspoor waar ik op uitkijk vanuit mijn kamer, rechtstreeks langs het huis van mijn ouders loopt.”

stunten in de rolstoel

Bianca is geen onbekende van het Leger. Ze heeft al meer dan dertig jaar hulpverlening. Niet dat ze erg blij is met al die hulp. Maar toen ze na dertien operaties aan haar been bij de fysiotherapeut kwam, zong ze: ‘Ik voel me sexy als ik dans’. “Hij moest hard lachen. Hij zei: geef me eens een duw met je gezonde been. Ik trapte hem zo omver, haha! Daarna heb ik geleerd om te stunten op die rolstoel. Weetje, een dag niet gelachen is een dag niet geleefd toch? Ik moet mezelf wel een beetje vrolijk houden. Als ik elke dag in mijn kamer blijf, ben ik binnen de kortste keren depressief. Omdat ik verdrietig en boos ben. Boos dat ik mijn kinderen niet meer zie en dat ik me tegenover mijn ouders schaam.”

Ze heeft veel verschillende manieren om niet toe te geven aan dat verdriet. “Ik ga vaak naar buiten. Het doet me goed om ouders met hun kindertjes te zien spelen in de speeltuin. Of eigenlijk sowieso om mensen te zien. Als je het leven ziet, word je weer vrolijk. Het geeft je ook het gevoel dat je niet alleen bent. En het doet me heel goed als ik word aangeraakt. Gewoon een knuffel van een bekende, of een schouderklopje. Dat is heel fijn. En de goede herinneringen aan mijn eigen jeugd; ik ben zo blij dat ik uit een liefdevol gezin kom.” Als ik even doorvraag, fluistert ze: “Het beste is de spanning van een blikje bier stelen uit de supermarkt. Dat geeft zo’n lekker gevoel. Ik kan nu alleen niet meer zo hard wegrennen als vroeger, haha. Ach, als ik die rolstoel niet had, deed ik zo een handstand voor je.”

En dan komt er ook weer een wolkje voor haar stralende ogen. “Je wilt jezelf mogen zijn. Een blikje stelen maakt je geen slecht mens. Het is niet dat ik iemand vermoord heb, ofzo. Maar mijn kinderen werden wel bij me weggenomen. Het is niks voor mij om alleen te zijn. Soms zing ik een liedje als ik me rot voel. Of ik klets met de andere bewoners, want ja - dat samenzijn vind ik het leukst.” En Bianca lacht alweer.