Een biertje voor het avondgebed

Het Kleiklooster is een verzameling appartementen in een gigantisch flatgebouw genaamd Kleiburg, middenin de Amsterdamse Bijlmer. De abt is Johannes van den Akker (32). Sinds kort brouwt hij een eigen drank: Kleiburgbier. “Een klooster runnen is niet alleen bijbellezen en gastvrij zijn. Het moet ook ergens van worden betaald.”

Gepubliceerd: 01 januari 2017 in Geloven Tekst: Rinke Verkerk Beeld: Iris Dorine

“Op termijn moet ons bier het klooster financieren”, zegt Johannes. “Mensen vragen ons weleens naar die combinatie. Ik snap de vraag, maar ons bier is niet geschikt voor een alcoholverslaving. Het is speciaalbier, het is te duur.

Het klooster zit op de begane grond van de flat en wij wonen in appartementen eromheen. Iedereen kan aanbellen, en dat gebeurt ook. Als we woensdagavond in het klooster eten, eten er altijd gasten mee. In onze gastenkamers wonen twee gezinnen die begeleid moeten wonen. Mensen schuiven aan bij ons avondgebed. Het zijn er nog geen tientallen per week, maar we bestaan ook nog maar een jaar en zoiets moet groeien.

Dit klooster was mijn idee. Mijn vrouw en ik wilden gastvrij zijn, maar dat is moeilijk vorm te geven in je eigen huis. Mensen wisten niet dat onze deur openstond. Of we waren weg. Of de kinderen hadden aandacht nodig. Daarom doen we het nu samen met andere gezinnen en vrienden. Gisteren was hier een moeder met een postnatale depressie. Zij belde: ‘Ik heb een plek nodig waar ik heen kan als de druk thuis te hoog is, kan dat bij jullie?’ Ze was hier gisteren twee uurtjes met haar dochtertje. Zij las een boek, ik was aan het werk. Zo’n moment geeft mij energie voor een week! Het was een beetje zoals een tekst die hier sinds kort op de muur hangt: ‘Zo zonder iets te willen er te zijn’.

Verder dan af en toe en Duvel drinken kwam ik vroeger niet. Maar toen dit klooster opende vroeg niemand naar de kapel: ‘Oh leuk, een klooster! Ga je ook bier brouwen?’ Kloosterbier stamt uit de Middeleeuwen. Het water was toen zo vervuild dat je het moest zuiveren. Kloosterlingen hadden vaak gestudeerd en bedachten oplossingen voor dat soort problemen. Zij ontwikkelden de destilleertechniek: Je kookt water en voegt alcohol toe. Probleem opgelost. In mijn stoutste dromen had ik niet bedacht om die traditie voort te zetten, maar misschien zat er wel iets in. Ik zocht het uit: Hoe werkt bier brouwen, waar kan dat, hoe maak je het rendabel?

Beneden staat dit klooster vol Kleiburgbier. Wil je het zien? We hebben zes soorten. In het klooster vieren we er feestjes mee. Maar het meeste wordt natuurlijk verkocht in Amsterdamse café’s en slijterijen. Gemeente Amsterdam is zo blij met het project dat ons een ruimte is aangeboden om onze eigen brouwerij en proeflokaal te openen. Daar werken we nu hard aan. De andere bewoners van onze flat vinden het fantastisch. Als je over de galerij loopt, zie je flesjes Kleiburgbier voor de ramen. Ze zijn trots, ze bouwen er vitrines voor! We verwachten dat over een jaar of vijf wat geld uit de brouwerij naar het klooster stroomt. Dat is langetermijndenken ja, maar het idee is dan ook dat dit klooster heel lang zal bestaan.”