Dit moet iedereen weten

“Pff, wat is het heet…” mompelt de vrouw. Ze staat even stil en schudt het zand uit haar slippers. Het is het warmste moment van de dag en ze is onderweg naar de waterput, even buiten de stad. De hitte is verzengend, maar dit is haar moment.

Gepubliceerd: 22 juni 2017 in Geloven Tekst: Menno de Boer Beeld: Ameen Fahmy

Ze wil er zeker van zijn dat er niemand bij de put is als zij daar komt. Want dan begint het weer… De zogenaamd ‘leuke grappen’, de spot, de hatelijke opmerkingen die door haar ziel snijden. Ze kijkt op en kijkt in de richting van de put. Ze brengt haar hand boven haar ogen om beter te kunnen zien. “Zit daar nu iemand?” zegt ze hardop. Ze aarzelt en kijkt om. Teruggaan? Maar ze moet water hebben en het is maar één persoon. Ze stapt toch maar door.

Als ze bij de bron aankomt, blijkt het een man te zijn. Een man die ze niet kent. Nou, dat scheelt dan weer. Ze kijkt naar de grond als ze dichterbij komt en zet haar emmer neer. “Mag ik wat te drinken van je?” vraagt de man. De vrouw schrikt even. Hij spreekt haar aan! En niet eens op een spottende toon, nee, dit klinkt zelfs vriendelijk. Ze kijkt hem kort aan en vraagt: “Wilt u iets van mij aannemen? Dat is best raar. U kent mij niet eens. En ik ken u niet.” De man lacht. “Als je mij had gekend, had je mij waarschijnlijk gevraagd om jou water te geven,” zegt hij raadselachtig. “En dan had ik je heel bijzonder water gegeven. Levend water.” De vrouw begrijpt het niet. “Maar u heeft niet eens een emmer en deze put is best wel diep. Waar haalt u dat levend water dan vandaan?” “Tja, als je water uit deze put haalt, krijg je weer dorst. Maar als je het water drinkt dat ik je kan geven, dan zul je nooit weer dorst krijgen.”

Dat zou mooi zijn, denkt de vrouw - dan hoeft ze hier nooit meer naartoe. Dan hoeft ze nooit meer die anderen onder ogen te komen. Nooit meer die vervelende blikken en hatelijke opmerkingen. “Oh, meneer, mag ik wat van dat water dan?” 

“Dat is goed. Ga je man maar halen en kom dan terug,” zegt de vreemde man. De tranen springen in haar ogen. Ze kijkt weer naar de grond. “Ik heb geen man,” zegt ze. “Dat klopt,” reageert de man. “Je hebt al vijf mannen gehad en de man waar je nu bij bent, is je man niet.” Ze schrikt. Hij weet het! Nu zullen ze wel komen: het verwijt, de vervelende opmerkingen. Ze wil het liefst wegrennen. “Wie bent u eigenlijk?” vraagt ze toch nog. “U weet alles. Maar u zegt niets veroordelends over mij. Terwijl mijn hele leven een puinhoop is. Hoe kan dat?” 

“Ik ben degene waar heel de wereld op wacht. Ik ken je, ik weet alles van je en ik hou van je. Wie je ook bent en wat je ook gedaan hebt in je leven. Ik zoek mensen die mij willen volgen. Zodat we samen op weg kunnen naar een andere, een betere wereld.” 

De vrouw rent weg. Ze roept, achteromkijkend, nog snel: “Dit moet iedereen weten. Kan me niet meer schelen wat ze over me denken.”

Dit verhaal staat in de Bijbel. Een beetje anders verteld, maar het is ooit zo gebeurd. En de boodschap van toen, geldt ook vandaag nog. Wie je ook bent, wat je ook gedaan hebt, voor Jezus – want Hij is de man uit het verhaal – ben je kostbaar. En bij Hem is plaats voor iedereen. Wil je het verhaal nog eens nalezen? Lees dan het vierde hoofdstuk van het evangelie volgens Johannes.