‘Dit is wie ik ben. Mensen mogen me zien’

Lou Snoek raakte zwaar gewond bij de nieuwjaarsbrand in Volendam. Hoe kijken mensen naar hem, hoe kijkt hij naar zichzelf en hoe ziet zijn leven eruit, zoveel jaar na de brand?

Gepubliceerd: 07 juli 2016 in Leven Tekst: Jurjen Sietsema Beeld: Wendy Bos

De Hemel brandde in de nieuwjaarsnacht van 2001. Café De Hemel, in Volendam. Daar vierden 255 (meest jonge) mensen uitbundig Oud en Nieuw. Tot een bundel sterretjesvuurwerk de kerstversiering in lichterlaaie zette. De ramp die zich toen voltrok, kostte aan veertien mensen het leven. Daarnaast raakten 241 mensen gewond, van wie 200 zwaar. Eén van die zwaargewonden was Lou Snoek. Nu 29, toen 16. Twee derde van zijn lichaam verbrandde. Zijn gezicht helemaal. De beschadigingen waren zo ernstig, dat de artsen hem zeven weken lang in een kunstmatig coma hielden. Toen hij ontwaakte, was hij onherkenbaar voor zichzelf en de mensen om hem heen.

Shock

Hij weet nog dat hij uit De Hemel naar buiten liep naar een nabijgelegen café waar hij eerste hulp kreeg. “Ik voelde geen enkele pijn en was volledig kalm. Voelde me sereen. Ik ben door iemand met een busje, samen met anderen, naar het AMC in Amsterdam gebracht. Er waren die avond niet voldoende ambulances om alle gewonden te vervoeren. In het ziekenhuis heb ik nog zelf mijn naam en adres aan de verpleegkundigen gegeven. Bizar eigenlijk, maar dat is de shock. Die beschermt je. Daarna ging het licht uit.” Het verhaal van die nacht heeft Lou door de jaren heen al talloze malen verteld. Aan journalisten en op televisie. Hij vertelt het zo af en toe nog. Geeft lezingen voor bedrijven en brancheorganisaties die hem daarvoor uitnodigen. Hij is ook even zoveel keren gefotografeerd en laat zich nu, 13 jaar later, opnieuw fotograferen voor bij dit artikel. Hij heeft er geen moeite mee, zegt hij. “Dit is wie ik ben. Mensen mogen het zien.”

Gemeenschap

De eerste confrontatie met het uiterlijk van Lou is een bijzondere ervaring, maar de verbazing over wat het vuur heeft aangericht verdwijnt al snel als je met hem in gesprek raakt. Dan zijn het vooral zijn ogen die opvallen. Levendige, sprekende ogen. Als we de deur van de in traditioneel Volendamse stijl gebouwde woning van hem en zijn echtgenote Anne uitlopen voor de fotosessie, zie je voorbijgangers onbewust even opkijken. Het valt Lou zelf al niet eens meer op. “Dat weet je en dat zal ook zo blijven. Aan de andere kant, als ik in een stad als Amsterdam loop, denk ik weleens ‘wie moet er hier nu eigenlijk naar wie kijken?’” Met hoe anderen naar hem kijken, is hij nooit echt bezig geweest, zegt hij. Vanaf het begin al niet. “Dat hoefde ook niet. Ik was één van de velen. We hebben het met elkaar en met onze families en vrienden hier in Volendam meegemaakt en proberen te verwerken. Dat was een cocon van veiligheid. Het is de hechte gemeenschap hier geweest die mij, en de anderen, boven alles heeft uitgetild. Door mij te blijven zien als degene die ik ben. Als mijzelf, als Lou.”

Twintig operaties

Humor helpt hem ook. En relativeringsvermogen. Het is zoals het is, zegt hij. Dat levert ook nog weleens situaties op zoals de keer dat hij over de dijk bij De Hemel liep met een vriend die ook verbrandt is. “Er stonden toeristen naar het monument te kijken dat na de brand is aangebracht bij het café. Op het moment dat wij voorbij liepen keken ze net naar boven. Ze stonden even als verstijfd toen ze ons zagen. Toen zeiden wij tegen elkaar: ‘die hebben net iets meer betaald en krijgen nu waar voor hun geld.’ Andere mensen vinden dat misschien schokkend, maar wij kunnen daar om lachen.” Niet dat het hem geen moeite heeft gekost om te leren omgaan met de beschadigingen aan zijn gezicht en lichaam. Er waren ongeveer twintig operaties nodig om hem, zoals hij zelf zegt, ‘op te lappen’. Het grootste deel daarvan tijdens zijn coma. Dat, en het besef dat hij bepaalde dingen niet meer kon na de brand, heeft hem steviger gemaakt, volwassener. “Misschien vind ik dat wel het grootste nadeel. Dat ik door alles gedwongen werd vroeg volwassen te worden. Ik ben een deel van mijn jeugd kwijt. ”

Basgitaar

Hij speelt nog steeds in de band waar hij voor de brand al deel van uitmaakte. “Voor de brand speelde ik akoestisch gitaar. Dat kon na de brand niet meer. Aan de linkerhand heb ik al mijn vingers nog en zou ik alle akkoorden nog moeten pakken, ware het niet dat de pezen zijn aangetast waardoor je ze niet goed meer kunt buigen. Dat is een probleem. Daarom ben ik basgitaar gaan spelen. De enige optie nog, omdat ik aan mijn rechterhand vingers mis. Ik ben daar vol voor gegaan en heb daarin alle steun van mijn mede-bandleden gekregen.” Ze spelen covers van Ray Charles, Otis Redding, Beatles en anderen uit de jaren ‘60. Dat hij een liefhebber is, blijkt ook uit de trouwfoto die bij hem thuis aan de muur hangt. Daarop staan Lou en zijn bruid bij hun trouwauto. Een indrukwekkende Chevrolet uit de sixties. Dat hij ooit zou trouwen had hij misschien zelf ook niet direct gedacht, maar het leven heeft soms bijzondere dingen in petto.

Getrouwd

 “Ik leerde Anne vier jaar na de brand kennen. Ze maakte deel uit van de vriendengroep waar ik ook bij hoorde. Zij kent mij niet anders dan zo en zei dat ze niet naar het uiterlijk kijkt. Daardoor wist ik dat zij oprecht voor mij heeft gekozen. Met alles wat erbij hoort. Daar twijfel ik geen moment aan.” Meer dan dertien jaar na de brand heeft zijn leven zijn normale loop genomen, zegt Lou. “Ik heb alles bereikt wat ik tot nu toe wilde bereiken. Ik heb een baan, ben getrouwd en doe daarnaast allerlei leuke dingen.” Of hij anders wordt behandeld dan anderen? “Nee, dat wil ik ook niet. Ik wil behandeld worden als ieder ander. Ook op mijn werk. Mijn baas mag mij afrekenen op het werk dat ik lever en ook op andere vlakken doe ik gewoon mee.”

De brand heeft zijn sporen achtergelaten, zegt Lou. “Dat wel, maar je moet ook verder. En dat gaat prima. Ik heb een mooi leven dankzij de mensen om mij heen en dankzij mijn eigen instelling. Ik ben ook al lang niet elke dag meer bezig met die nacht. Dat vervaagt. Ik leef nog, en dat is misschien wel het belangrijkste.”