Dit is mijn diagnose: LVB

In de serie 'Dit is mijn diagnose' bevragen we mensen over hun ziektebeeld. Herman is licht verstandelijk beperkt (LVB). Hoe is dat voor hem?

Gepubliceerd: 08 maart 2018 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Margriet Alblas

Hermans trui is van Assasins Creed, een beroemde computergame. Met zijn capuchon op ziet dat er een beetje gevaarlijk uit, maar als je met hem praat, blijkt algauw dat hij erg rustig en vriendelijk is. Hij wil best vertellen over zijn diagnose, want hij vindt dat hij niet zoveel verschilt van andere mensen.

Sinds wanneer weet je dat je LVB bent? “Ik weet niet. Gewoon al toen ik kind was. Ik moest testjes doen en toen zeiden ze dat ik dat had. Ik ben ook nog dyslectisch. Op school ben ik tot groep 6 gekomen. Ik zat op speciale scholen. Maar op de meeste scholen vonden ze dat ik niks kon. Op één school deden ze het wel beter: daar toetsten ze wat ik precies kon en mocht ik wat ik niet kon heel veel herhalen. Als het niet lukte, mocht het gewoon nog een keer. Taal vond ik moeilijk, maar rekenen ging wel. Ik kan wel lezen, maar schrijven vind ik lastig. Ik doe er dan heel lang over.”

Waaraan merk je nu dat je dingen lastiger vindt dan anderen? “Je hebt verschillende soorten mensen. Ik ben niet dommer of slimmer dan anderen. Ik vind gewoon sommige dingen lastig. Zoals op tijd opstaan en schoonmaken. Ik woon bij het Leger, waar de leiding mij wakker maakt. Ik zal wel altijd begeleiding nodig hebben, want ik denk niet dat ik zal veranderen. Maar ik wil dat ook, ik vind mezelf goed zoals ik ben. Vroeger werd ik vaak gepest door kinderen op school en in de buurt. Ik weet niet waarom. Ze wisten wel dat mijn vader een drankorgel was. Vroeger toen ik nog thuis woonde, werd ik agressief als iemand me niet begreep. Dat deed mijn vader ook. Als iemand niet goed luistert, voelt het alsof je tussen twee plankjes zit. Nu kan ik beter tot tien tellen en heen en weer lopen voordat ik ergens boos iets over zeg.”

Herman vindt het vooral lastig om dingen te moeten verwoorden. “Ik kan nu wel alleen naar de winkel. Maar pas moest ik mijn telefoon verlengen in de winkel en toen was er iets met de papieren niet in orde. Dan stellen ze een vraag en weet ik niet meteen het antwoord. Ik klap dan dicht. Het kost me heel veel energie om het toch te regelen. Ik ging thuis bij de leiding vragen wat ik moest doen. Toen ik opnieuw ging, was er nóg iets niet goed. Dat was een teleurstelling. Ik vind het moeilijk om dingen uit te leggen. Ik moet gewoon langer nadenken over dingen. En mails typen duurt ook lang, maar ik probeer het toch. Ik ben soms wel bang wat mensen ervan vinden als ik een mailtje niet goed heb gemaakt. Soms lees ik de woorden terug en denk ik: wat bedoelde ik daar ook al weer mee? Maar ik word er steeds beter in.”

Herman heeft op zijn kamer bij het Leger des Heils in Zwolle een eigen ‘mierenboerderij’. Die bestaat uit twee bakjes waar mieren in wonen en werken. Ook kan hij goed gamen en maakt hij daar filmpjes van voor YouTube.

Welke dingen kun jij juist goed? “Ik werk al zeven jaar als hovenier op de dagbesteding, daar leg ik stenen en snoei ik. Ik ben goed in zware dingen tillen, dingen waar je in één keer veel kracht voor nodig hebt. Maar ik verzet ook slakken als ze in de weg zitten bij het werk. Soms als ik een steen omhoog haal, zie ik hele groepen mieren. Daarom wilde ik graag zelf mieren. Ik weet er alles van, dat zoek ik op op internet. Het is rustgevend om naar ze te kijken.”

Hoe kunnen andere mensen rekening met je houden? “Ik moet wel altijd samen met andere mensen blijven wonen. Anders word ik snel erg alleen. Het is fijn om mensen om je heen te hebben. Maar ik woon nu sinds…” Herman denkt even diep na. "Ik denk sinds mijn tiende in 28 verschillende instanties. En elke keer moet ik erg wennen aan de begeleiding. Het duurt lang voor ik dingen durf te zeggen en ze durf te vertrouwen. Ze moeten naar me kunnen luisteren. En doen wat ze zeggen; ik vind het moeilijk als mensen niet doen wat ze beloven. En als ik niet meteen het antwoord weet, moeten ze even wachten.”

Dat is best lastig in een wereld waarin alles snel gaat. Herman zucht diep. “De wereld is nu eenmaal zo. Ik ben blij dat ik hulp krijg. Toen mijn moeder overleed en ze schulden naliet, vertelde mijn baas dat ik moest zeggen dat ik de erfenis niet wilde. Dat vond ik jammer, want dan kreeg ik ook mijn spullen niet. Behalve mijn computer gelukkig, daar kon ik nog een bon van krijgen. Maar op die manier kreeg ik ook mijn moeders schulden niet. En ik vind met geld omgaan zelf ook lastig. Daarom heb ik een bewindvoerder aangevraagd.”

Wat wil je nog graag leren? “Mijn baas wil dat ik een rijbewijs haal. Dat lijkt mij ook wel handig. Maar dat is niet iets leren, maar halen.” Herman is even stil en denkt na. “Ik wil een keer naar Japan. Ik heb al op internet uitgezocht hoe dat moet. Je hoeft er geen visum voor te hebben, alleen een ticket terug. Ik lees animestrips uit Japan, dus dat lijkt me een mooi land. En ik wil ook graag weg uit deze opvang en een eigen appartementje waar ik begeleid kan wonen. Dat gaat misschien binnenkort lukken.”