Dit is mijn diagnose: schizofrenie

In de serie 'Dit is mijn diagnose' bevragen we mensen over hun ziektebeeld. Albert heeft schizofrenie. Hoe is dat voor hem?

Gepubliceerd: 31 juli 2017 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Margriet Alblas

Hij kijkt omlaag naar de tegels van het stenen pleintje achter de opvang waar hij woont, en rolt een shagje. Albert woont inmiddels drie van zijn 48 levensjaren bij het Leger des Heils in Amsterdam. “Op 16 juli zat ik hier precies drie jaar.” Zulke dingen weet Albert. “Met mijn hoofd is niks mis. Ik ben af en toe in de war; dat ze het schizofrenie noemen, begrijp ik niet.”

Albert woonde dertig jaar op zichzelf in Amsterdam-Oost. Toen hij een tijdje zijn huur niet betaalde, is zijn woning ontruimd. Hierna ging hij van opvang naar opvang. In het psychiatrisch ziekenhuis zei de arts dat hij psychotisch was en diabetes had. “Ik merk daar zelf niets van. Ik merk ook geen verschil sinds ik de medicijnen slik. Maar ik neem ze toch maar, dat moet hier.” Eén keer per dag Haldol tegen de psychoses, 2 keer per dag Lorazepam tegen de angst en drie keer per dag medicatie tegen de diabetes.

Hoe is het om een psychose te hebben? “Ik kan me dat achteraf nooit herinneren. Anderen zien het wel duidelijk aan me. Erik, mijn begeleider, zag het al aankomen. Ze zeggen dat ik dan ‘overgezellig’ ben. Een beetje als een dronken man. Dat is wel raar eigenlijk, want voor zo’n psychose voel ik me juist heel verdrietig. Agressief ben ik nog nooit geworden.”

"Maar ik hoor geen stemmen. Dat zou ik ook niet willen, ik zou gek worden."

Wat zorgt ervoor dat je een psychose krijgt? "Ik ben dan in de war. De laatste keer was met Moederdag. Ik mis mijn moeder heel erg. Dat was een moeilijke dag voor me. De psychoses begonnen toen zij overleed. Ik was twintig jaar en heb haar de laatste twee jaar van haar leven veel zien lijden. Mijn vader en broer zijn inmiddels ook overleden, maar dat had minder impact op me. Tijdens een psychose zie ik meestal mijn moeder.”

Hoor je dan stemmen? Dat hoort toch bij schizofrenie? “Geen idee, maar ik heb dat niet. Ik snap ook niet dat ze het zo noemen. Riet van de GGZ zei dat ik stemmen hoorde, dat dat bij mijn ziektebeeld hoort. Maar ik hoor niks. Dat zou ik ook niet willen; ik zou gek worden. Ze dachten eerst dat ik autisme had, maar dat was het niet. Toen noemden ze het schizofrenie, maar ze kunnen niet goed uitleggen wat dat dan is. Want ik hoor geen stemmen. Ik ben gewoon in een herinnering. Dat hebben andere mensen ook, lijkt me.”

Waarom noemen ze dat een psychose bij jou? “Ik vind het ook overtrokken. Maar het is wel intens bij mij. De mensen die ik mis, zie ik dan op mijn netvlies. Mijn moeder overleed aan kanker. Haar terugzien is heel zwaar voor me. Ik zie dan haar mooie, blauwe ogen die me aankijken. En voel heel veel leegte. Ik voel het tegenovergestelde van liefde. Dat is moeilijk.”

Albert draait weer een shagje. “Anderhalf pakkie per dag. Maar ik sport ook veel.” Hij gebruikt geen drugs, in tegenstelling tot veel andere bewoners van deze opvang. “Ik merk dat ik door te sporten rustiger en socialer word. Er gaat veel stress weg.” De wekelijkse dagbesteding en de afwas zijn Alberts andere hobby’s.

Ben je blij dat je hier mag wonen? “Ja, het is hier gezellig. Ik was eerst altijd alleen. Dan luisterde ik alleen naar muziek of keek de hele dag tv. Hier kreeg ik op een gegeven moment toch aanspraak. Er is altijd leiding, daar raak je aan gewend. Maar aan de andere kant: er wonen hier allemaal gekken. Ze sporen niet, lopen de hele dag in zichzelf te ouwehoeren. Dat doen toch alleen oude mensen, zou je denken. Ik erger me daar wel aan. Dat ze constant tegen de tv praten en onder invloed zijn. Maar ik heb met niemand ruzie.”

Die dagbesteding, wat doe je daar? “Ik sorteer kleding voor de ReShare Stores. Kleding opvouwen vooral. Daar word ik echt vrolijk van.” Albert heeft wel weer genoeg van het interview, hij wil een dutje doen. Even op de foto, en dan is het klaar. Twee andere bewoners lopen langs. Ze vinden Albert allebei een topgozer. “Word je nu beroemd? Ik sta voorop het Parool over junkies, hoor. Voor welk krantje is dit?” Albert glimlacht nonchalant en geeft geen antwoord.