Dit is mijn diagnose: ADHD

In de serie ‘Dit is mijn diagnose’ bevragen we mensen over hun ziektebeeld. Annebeth heeft ADHD. Hoe is dat voor haar?

Gepubliceerd: 07 september 2017 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Margriet Alblas

Annebeth had de afspraak gemakkelijk kunnen vergeten. Een agenda bijhouden is namelijk lastig als je ADHD hebt. Tijdens het gesprek stopt ze soms, of begint ze plotseling over iets anders, probeert ze een grappig konijnenfilter uit op de telefoon – en lacht ze vooral heel vaak. Dit is een vrolijke, sociale vrouw, dat is duidelijk.

Hoe kwam jij erachter dat je ADHD hebt? “Ik was een hele erge huilbaby. Ook was ik heel aanwezig in ons gezin. Maar mijn ouders accepteerden gewoon hoe en wie ik was. Pas toen het misging op school, rond mijn vijftiende, gingen we hulp zoeken. Ik deed al een lager niveau dan de Cito-toets adviseerde, maar het lukte me niet om huiswerk te maken. Ik had ook veel ruzie met vriendinnen. Ik kon mijn draai niet vinden, haalde slechte cijfers. Wat verwonderlijk was, omdat mijn denkniveau echt wel hoger was. Maar als ik dan op mijn kamer zat, temidden van een grote chaos, kon ik niet geconcentreerd zitten lezen.”

Wat voor hulp kreeg je? “De schoolmaatschappelijk werkster stuurde me naar de huisarts. Die stuurde me door naar een hulpverlener. Van mijn vijftiende tot mijn zeventiende had ik individuele gesprekken met een psycholoog. Vanaf mijn zeventiende kreeg ik ook training in een groep met jongvolwassenen. Daar leer je wat de maatschappij van je verwacht, hoe je je agenda indeelt, hoe je tijd moet inschatten. En ook dat je eerst de cijfers 1 tot 10 op je notitieblok moet schrijven voor je tijdens een vergadering ergens op reageert. Vooral het delen van ervaringen en elkaar tips geven vond ik waardevol.”

Wat is het grootste verschil tussen jou en iemand zonder ADHD? “Ik vind prioriteiten stellen heel moeilijk. Maar het grootste punt is vooral het niet filteren van prikkels. Ik beleef alles heel intens, en reageer ook intens. Dus het filter naar binnen en naar buiten is er niet zoals bij andere mensen. Dat is wel leuk, maar ook best pittig. Hoge pieken, diepe dalen – zeg maar.”  

“Je moet je voorstellen dat ik alles in me opneem wat er om me heen is. Kleuren, figuren, gezichtsuitdrukkingen, stemmen. Ik heb het vaak ook niet door van mezelf als ik iemand aanstaar. En hoe meer indrukken ik krijg, hoe drukker ik zelf word. Dan praat ik hard en veel. Alsof ik de prikkels van buiten wil overstemmen. Maar dat werkt niet, natuurlijk.”

Zijn er ook dingen die jij echt niet goed kan door je afwijking? “Autorijden is zo’n ding. Ik heb de auto wel onder controle, maar kan me slecht focussen op de dingen die ertoe doen. Dus een vogeltje dat langsvliegt, komt bij mij net zo binnen als een fietser die oversteekt, en soms let ik meer op het vogeltje dan de fietser. Ik vergeet ook van alles. De boodschappen, afspraken, dat de boter op is. Er is nooit overzicht in mijn hoofd. Daarom maak ik veel lijstjes – ik schrijf alles op.”

Is er wat leuks aan ADHD? “Ik denk wel dat het voor anderen het leukste syndroom is, haha. Het is lastig om je aan de standaarden van de maatschappij te houden, omdat die nu eenmaal is gebaseerd op vaste structuren en regels. Maar ADHD'ers zijn vaak extravert, expressief, heel gezellig, altijd in voor impulsieve acties en creatief. En mijn vrienden vergeven me wel dat ik een afspraak vergeet, omdat ik meteen toegeef dat het me weer niet is gelukt – met een grote verontschuldigende lach. Mijn verloofde vindt mijn chaos en intense emoties natuurlijk ook wel eens lastig, maar is vooral blij met het avontuur in onze relatie. Samen zijn met een ADHD'er is nooit saai, haha!”

Heb je naast hulp ook medicatie? “Ik begon met Concerta, dat zijn pillen die gedurende de dag een stofje afgeven om je te helpen focussen. Maar dat maakte me ook erg vlak. Ik vergat ze soms te nemen en dan merkte ik dat ik veel liever gewoon mezelf was. Daar ben ik op een gegeven moment ook mee gestopt. Op m’n middelbare school bleef ik zitten én ging ik nog een niveau lager. Toen werd het zo simpel dat ik niet echt medicijnen nodig had. Maar toen ik wilde doorstuderen, kon ik echt niet zonder. Ik begon met Ritalin, dat werkt kort. Het nare daarvan was dat ik dan moest plannen wanneer ik ze nam, bijvoorbeeld vlak voor een toets. En als ik dan vergat dat ‘ie uitgewerkt was, werd ik opeens heel druk."   

“Ik heb ook nog een tijdje anti-depressiva geprobeerd, maar ik vond het vervelend hoe afgevlakt mijn emoties daarvan werden. Ook mijn positieve emoties werden minder. Het is continu een afweging maken tussen optimaal functioneren en mezelf zijn. Ik ben nu iets ouder en heb mezelf veel trucs aangeleerd, dus kan best zonder. Zelfs met mijn pittige baan in de verslaafdenzorg, kan ik het doen met mijn professionele werkhouding. Af en toe slik ik nog een pil als ik een heftige dag voor de boeg heb. Een soort speedshot zonder bijwerkingen. Maar het blijft troep hè, dus zo weinig mogelijk.”