De ronde van Ralf

Ralf (42) is OGGZ-verpleegkundige (openbare geestelijke gezondheidszorg) bij het Leger. Hij bezoekt mensen in Utrecht die door verwaarlozing, verslaving of psychische problemen medische hulp nodig hebben. Maar soms komt hij ook gewoon even kijken hoe het gaat en een praatje maken. Strijdkreet reed een ochtend met hem mee langs Bertus, meneer A., Kim en mevrouw S.

Gepubliceerd: 23 februari 2018 in Samenleving Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Madame Forêt

Bertus
Bij Bertus staan tuinkabouters voor het raam, de gordijnen zijn dicht. Binnen vind je een walhalla aan knuffels, dvd’s, porseleinen poppen en speelgoed. Ergens in een hoek scharrelt een cavia. Aan de lucht te ruiken is zijn hok lang niet verschoond en gaan de ramen ook niet regelmatig open. Bertus gebruikt volgens Ralf in elke zin een knetterende ‘gvd’, maar houdt zich keurig in nu Ralf bezoek mee heeft. Hij is gastvrij. “Hoe meer zielen, hoe meer vreugd, zeg ik altijd.” De pijpen van zijn joggingbroek gaan voorzichtig omhoog. Ralf zal zijn benen inpakken. Ralf: “Dit is een faro-wrap. Bertus heeft lekkende benen, dus worden zijn benen elke ochtend gezwachteld.” Dat is maar goed ook, want voordat het Leger dit kwam doen, liep het vocht uit zijn benen op de grond. “Ik durfde de straat niet meer op, want alles werd een kolerezooi,” zegt Bertus.

Hij is blij met Ralf. Die kijkt niet op van hoe vol het huis staat, maar complimenteert Bertus omdat hij wat aan het opruimen is geslagen. “M’n vrouw doet het niet, dus doe ik het ook niet.” De vrouw van Bertus is vorig jaar overleden en hij is duidelijk diep in rouw. Overal staan lijstjes met haar foto. De meeste verzamelingen waren ook van haar. “Ze hield erg van knuffels. Met Valentijn komt iedereen met bloemen aan, maar ik gaf haar een knuffelbeer. 'Bloemen zet je maar op m’n grafkist'. Dat heb ik dertig jaar van d’r aan moeten horen.” Bertus moet zijn benen ’s avonds afspoelen, maar hij houdt niet erg van douchen. Ralf respecteert de grenzen van Bertus. Maar hij zegt wel nogmaals: "Je benen worden er echt beter van als je vanavond weer even spoelt." “Ja, ja”, zegt Bertus.

Meneer A.
De volgende cliënt wil niet herkenbaar op de foto. Maar de katheters van meneer A. mogen er wel op. Of Ralf voor een triootje komt, met die twee meiden bij zich. “Dat heb ik niet gehoord, A.”, knipoogt Ralf. Meneer praat in bevelen. Dat heeft met zijn autisme te maken. Dom is ‘ie niet, wel een beetje eigenwijs. Op de vragen van Ralf zegt hij kort en snel ‘ja’. Omdat meneer A. zijn pleisters graag op zijn eigen manier plakt, gaat het weleens mis. Hij is niet lang geleden met een tillift het raam uit getakeld toen hij er een urinevergiftiging van kreeg. “Er zijn foto’s van gemaakt.” Meneer A. was er verder niet van onder de indruk, hij houdt wel van avontuur. Er liggen aandenkens aan verschillende reizen naar de Noord- en Zuidpool in zijn huis. De muren zijn geel van de nicotine, de meubels uit vervlogen tijden. Er staan goede whisky en intelligente boeken in de kast. “Met het Leger heb ik geen ruzie, met de andere verpleging hier wel,” zegt hij als we vragen wat hij van Ralf vindt. 

In de auto
Onderweg vertelt Ralf wat de uitdaging is van zijn werk. Het gaat vooral om een relatie opbouwen, legt hij uit. “Dit zijn veelal lastige mensen die al vaak zijn teleurgesteld in de maatschappij. Meneer A. accepteert hulp omdat hij anders elke dag met een kletsnat shirt met urine zit. En Bertus houdt ook niet van bemoeienis, maar met die benen moet hij wel. En dat is ook echt een goeie vent hoor. Tussen het vloeken door hoor je zijn bezorgdheid heen, en hij hield enorm van zijn vrouw. Het contact met deze mensen is alleen al heel belangrijk omdat ze niet veel andere contacten hebben.” Volgens Ralf is de truc dat je dingen niet te snel moet willen. Hulpverlening aanvaarden is een langzaam proces. Met humor, en vooral zonder oordeel, bereikt Ralf veel. Bij elke cliënt trekt hij nieuwe blauwe handschoenen aan. “Je wordt wel minder moeilijk met poep, pies, bloed en kots. Maar ik moet wel oppassen voor hiv. Maar omdat ik het voor cliënten ook vervelend vindt dat ze met van die handschoenen worden aangeraakt, leg ik vaak uit dat het ook voor hun eigen hygiëne is. Misschien heb ik mijn handen niet gewassen na het plassen, zeg ik dan. We moeten het zo waardig en menselijk mogelijk houden.”

Kim
Bij Kim mogen we helemaal geen foto’s maken. Ralf: “Ik begrijp dat wel. Kim is een heel principiële, intelligente man. Zijn benen zijn geamputeerd omdat ze helemaal kapot waren door drugsgebruik. Het is al vroeg in zijn leven fout gegaan. Zonde, want hij heeft een vwo-diploma.” Onderweg richting Kim vroeg Ralf telefonisch of hij bezoek mee mocht nemen. “Ik vind alles kút, joh. Het moet maar.” Nu we er zijn, is hij minder chagrijnig. Kim heeft zijn huis vol met Chinese attributen die refereren aan zijn afkomst. Hij rijdt behendig in een elektrische stoel door zijn huis. In zijn op maat gemaakte keuken zet hij een bakje goede koffie. Ralf geeft hem zijn methadon en helpt hem de douche in. Kim doucht zelf. Eigenlijk doet hij alles wat hij maar kan zelf. “Ik ken geen één cliënt die zo gebrand is op zijn zelfstandigheid als Kim.” Ze maken sarcastische grappen naar elkaar, houden van dezelfde muziek en praten over een film die ze allebei hebben gezien. Kim en Ralf hadden vrienden kunnen zijn. Ralf: “Ik begrijp dat hij het lastig vindt om te wachten tot de hulpverlening komt. Je bent dan toch afhankelijk. En Kim wil juist graag zelf beslissen wanneer hij wat doet. Het ziet er naar uit, zo zonder benen, maar je wilt niet weten hoe het er voor die operatie uitzag. Je kon zijn pezen zien bewegen, die lagen helemaal open.”

In de auto
Onderweg naar mevrouw S. belt Ralf ook even naar Peter. Of ‘ie zijn medicijnen heeft genomen. “Jammer dat je niet komt, want ik heb een schone broek aangedaan,” zegt Peter. Ralf houdt hem in de gaten. Dat moet ook wel, want Peter valt vaak. “Soms moet ik hem opvangen als hij de deur opendoet. Peter is een zware alcoholist. Hij heeft de beslissing gemaakt om nooit te stoppen met drinken. Ook omdat dat een reden is voor ons om langs te blijven komen. Wij zijn de enige mensen waar hij contact mee heeft. Hij is zo eenzaam, iedereen heeft hem verstoten. Hij heeft er baat bij dat wij komen, en dus zegt hij: ik vind m’n whisky nog steeds lekker.  Ziektewinst noemen we dat. Dat is een ethisch dilemma dat bij dit werk komt.” Bij Ralf passen deze mensen wel. Hij wil er voor ze zijn, ongeacht hun achtergrond en keuzes. “Mijn streven is om zoveel mogelijk waardigheid en vrijheid bij de cliënt te laten. Ik heb niet de illusie dat ik mensen kan genezen in dit stadium. Maar ze kunnen zich wel weer mens gaan voelen.”

Mevrouw S.
Als Ralf aanbelt bij mevrouw S. en daarna de sleutel in de deur van haar pittoreske huisje steekt, zit ze in incontinentieluier op een stoel een sigaretje te doen. Eerst is ze even verbaasd om het extra bezoek, maar later geniet ze van de extra aandacht die dit met zich meebrengt. Ook hier kan Ralf met stevige grappen komen. Dat de nieuwe barkruk die ze heeft wel past in haar huis (ze is immers alcoholist). Mevrouw S. heeft een persoonlijkheidsstoornis waardoor het voor Ralf altijd spannend is of ze vijandig op hem reageert of hem juist adoreert. Ralf kiest zorgvuldig zijn woorden, hij wil geen stigma over haar uitspreken. Bij het klaarmaken van het water om mevrouw te wassen, lijkt hij zich erg thuis te voelen. “Hoeveel zeep wil je, S?” Ze reageert niet en praat over haar katten, haar reizen, haar werk in de zorg dat ze jarenlang heeft gedaan. Het is duidelijk dat ze de zorg maar niks vindt, maar blij is met de aanspraak.

Na mevrouw S. nemen we afscheid van Ralf. Hij heeft een zware baan, we hebben veel respect voor Ralf. Toch lijkt het hem op het lijf geschreven. En huisarts belt over een cliënt. Een collega belt of hij iets kan overnemen van diens route. Uit zijn tas steekt een kindertekening. “Van een verstandelijk gehandicapte dochter in een gezin waar ik ook langskom. Ik krijg er ontzettend veel.” Hij stapt weer in de witte auto met rood schild en rijdt door naar de volgende cliënt, niet zeker of die de deur voor hem open zal doen vandaag.