‘De liefde van mensen bij elkaar, dat vind ik zo mooi hier’

Overal staan dozen met kerstspullen en in de hoek van de zaal staat zelfs een klein kerstboompje met flikkerende lampjes. Ik zit nog niet eens, of er staat al een kopje koffie voor mijn neus.

Gepubliceerd: 17 december 2019 in Samenleving Tekst: Evelien Kremer Beeld: Evelien Kremer

Als ik om 10 uur bij Bij Bosshardt in het Soesterkwartier in Amersfoort binnen kom, is het al een drukte van belang. Overal staan dozen met kerstspullen en in de hoek van de zaal staat zelfs een klein kerstboompje met flikkerende lampjes. Ik zit nog niet eens, of er staat al een kopje koffie voor mijn neus. Op zo ongeveer hetzelfde moment krijg ik van meerdere kanten de vraag wat ik eigenlijk kom doen. Ook krijg ik te horen dat er die middag bingo is, dus dat ik dan toch echt wel op tijd weer weg moet zijn. 

Even na mij komt Ben binnen. Iedereen begroet hem enthousiast. Hij schuift aan en vertelt mij waarom hij hier zo graag komt. “Ik ben 74 jaar en heb altijd een zwak gehad voor het Leger des Heils. Ik kan mij nog herinneren dat we vroeger, als ik met mijn ouders langs de Vroom en Dreesman liep, altijd geld in de kerstpot deden. De liefde van de mensen bij elkaar en voor elkaar, dat vind ik zo mooi hier.”

Ik luister graag naar alle verhalen
Er komt een groepje druk kletsende mensen binnen. Ze krijgen de vraag of ze niet bevroren zijn buiten. Later begrijp ik dat ze hebben staan roken. Voor de lunch staat er soep met een broodje op het menu en in de keuken hoor ik de pannen al rinkelen. Zo hoor ik Grietje (72) niet eens binnen komen. Ze gaat stilletjes naast mij en Ben zitten. “Van het wijkteam moest ik gezelschap zoeken en zo ben ik hier terecht gekomen,” begint ze. “Ik kom meestal twee keer in de week. Soms drie keer, als ik niet naar fysiotherapie hoef. Ik luister graag naar alle verhalen. Zelf vertel ik niet zoveel, ik ben nogal verlegen. Ik ben verleden jaar van de trap gevallen en heb toen mijn voet gebroken, dus ik ben niet zo mobiel meer. Ik kom alleen hier en bij de AH voor mijn boodschappen. Thuis puzzel ik wat of ik speel een spelletje op zo’n klein computertje. Hoe een grote computer werkt, dat weet ik niet. Ook kijk ik wel TV.” 

Voor de gezelligheid, een praatje…
Ben vult aan: “Ik kom hier graag, voor de gezelligheid en voor een praatje. Mijn vrouw is 54 en vaak ’s middags en ‘s avonds aan het werk. Op die momenten voel ik mij best alleen, maar ik ben gek op haar hoor. Ik heb Violet leren kennen tijdens een fietsvakantie in Sri Lanka. Nadat ze mij een dagje had meegenomen in een tuk tuk en we ’s avonds uit eten waren geweest, legde ze haar arm op mijn schouder en vroeg ze of ik met haar wilde trouwen. Dit heb ik een paar dagen later ook gedaan, in Sri Lanka. Inmiddels is ze alweer 16 jaar in Nederland.” Ben slikt een paar keer en heeft de tranen in zijn ogen staan. “Ik ben hiervoor 36 jaar getrouwd geweest en heb drie zonen. Mijn beste vriend ging er vandoor met mijn vrouw Sjoeke. Toen ben ik het geloof in de mensheid echt kwijtgeraakt.” Grietje: “Ik ben nooit getrouwd geweest en heb twee kinderen. Mijn eerste zoon heeft een Marokkaanse vader. Na zijn geboorte is hij naar een tehuis gegaan en van daaruit is hij geadopteerd. Sinds kort heb ik weer contact met hem. Ineens ben ik oma en heb ik kleinkinderen en zelfs ook achterkleinkinderen. Mijn andere zoon is 37 en woont nog bij mij. Hij komt eten en slapen en is verder bij zijn vrienden.” 

Het gaat om de Verlosser
Op mijn vraag wat Kerst betekent, vertelt Ben het volgende: “Er is een God, daar geloof ik 100 procent in. God heeft een zoon, de Here Jezus. Hij is naar de aarde gekomen… als ik in de tranen schiet sorry hoor… voor onze zonden. Dat is voor mij Kerstfeest. En niet die ballen in de boom of het lekkere eten. Ik eet natuurlijk ook wel lekker hoor, maar het gaat om de Verlosser, dat is mijn Heer, daar geloof ik in, echt waar. Kerst mag best een feestelijk tintje hebben, maar het is niet de hoofdzaak. En wat ik je nu ga vertellen, dat mag je van mij ook dubbel opschrijven.

Er zijn echt wonderen in mijn huis gebeurd. Een paar jaar geleden heb ik kanker gehad, in mijn nieren. Ik wilde er niet in geloven en ben gewoon blijven werken. Ik heb wel een maand bloed geplast, puur bloed. Maar daardoor word je weerstand natuurlijk ook een stuk minder. Mijn baas Jos heeft mij toen naar het ziekenhuis gestuurd. Hij wilde niet dat ik alleen ging en zei dat ik mijn zoon en buurman mee moest nemen. Bij de eerste hulp gingen we gelijk door naar de urologie. Ik moest plassen, maar het was zo erg dat ze niet eens door mijn plas heen konden kijken, zoveel bloed zat erin. Ze vreesden het ergste. En wisten dat ik dat ook deed. De dokter kwam en zei dat ik gelijk kon blijven zodat ze met de behandeling konden beginnen, maar ik mocht ook nog het weekend naar huis om wat dingen te regelen. Ik besloot naar huis te gaan.” 

Als God een wonder doet, dan doet Hij geen half werk
Op zaterdagavond ging ik vroeg slapen. Ik lag op mijn rug in bed, want zo slaap ik altijd. Ik weet niet wat er gebeurde, maar ineens hing ik boven mijn bed en ging het raam van mijn slaapkamer open. Ik zweefde zo naar buiten. Er kwam een stem en die zei: ‘Ben, je bent schoon’. Eerst realiseerde ik mij niet wat er was gebeurd. Op zondagmorgen ging ik naar de wc en keek ik in de wc-pot: heel normaal. Alles was weg. Ik kon het niet geloven. Maandag ging ik opnieuw naar het ziekenhuis. Op een gegeven moment vroeg de arts of ik nog wat te vertellen had. Dus ik zei; ‘dokter ik heb echt wat te vertellen’. Dus ik deed mijn verhaal, huilend... Nu zit ik weer te slikken, sorry hoor. De dokter schreef vervolgens in een boek dat ik in wonderen geloof. Hij draaide het boek om en wilde dat ik het voorlas. Hij wilde het ook op schrift hebben.

Hij wilde voor de tweede keer een biopsie doen. Om echt te kunnen zien dat alles schoon en weg was. Daar had ik geen bezwaar tegen. Ik zei: ‘Als God een wonder doet, dan doet hij een wonder en geen half werk. Het is zwart of wit, grijs kent hij niet. Je volgt God of je volgt hem niet en je schaamt je er ook niet voor om het te vertellen’. Ik bleef een dag in het ziekenhuis en ’s avonds kreeg ik een telefoontje dat het weg was. Echt waar. Ik liep juichend het ziekenhuis uit, ze moeten gedacht hebben dat ik gek was. Ik heb er hier in Bij Bosshardt ook van getuigd, met alle mensen erbij. Er zaten dames met tranen in hun ogen. Dat het echt waar is, dat wonderen bestaan. Het geloof houdt mij op de been. En ik vind ook dat ik de plicht heb om het uit te dragen”. Grietje heeft alles aangehoord en knikt instemmend. Ook voor haar is Kerst meer dan ballen in een boom en lekker eten.

De bingokaartjes komen op tafel en ik voel dat het tijd is om te gaan. Ik neem afscheid van Ben en Grietje en bedank iedereen voor een gezellige en indrukwekkende ochtend.