De droom van Ruben

Portretten van mensen van over de hele wereld. Ruben kreeg een bijzondere droom die hem op dat idee bracht. Nu komt zijn droom uit.

Gepubliceerd: 24 mei 2018 in Samenleving Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Ruben Timman | Albert Allema

Het was zeventien jaar geleden in een slaaptrein in Vietnam, dat Ruben een droom kreeg. Tot op vandaag herinnert hij zich deze droom tot in detail. “Ik liep in een soort museum van de mensheid. Het was een vervallen, oud gebouw en ik werd rondgeleid door Kofi Annan, de secretaris-generaal van de VN. Er stonden vitrines van gebroken glas, er lagen dikke lagen stof, het was er donker. Ik liep daar rond en werd overvallen door verontwaardiging. Dit kan niet waar zijn, dacht ik. Is dit wat er van de mensheid is geworden, en kan niemand het iets schelen? Ik was toen ook al een gepassioneerd mensenfotograaf. Ik zie mensen als kroon op de schepping van God. En in deze droom lag deze mensheid letterlijk in het donker, gebroken.”

Zooi
Toen Ruben wakker werd, pakte hij het enige papier dat hij bij zich had: het faxpapier met zijn reisprogramma. Op de achterkant schreef hij de droom op. Het was hem duidelijk dat het een droom met betekenis was. De droom stond hem zo helder voor de geest en het gevoel was zo sterk. Maar wat hij ermee zou moeten, werd pas later duidelijk. “Ik zal niet zeggen dat het zo is, want ik ben voorzichtig met dat soort uitspraken, maar ik denk dat God mij in die droom iets heeft laten zien. Zijn pijn en verdriet over de mensheid. De zooi die we ervan hebben gemaakt, met onze schending van mensenrechten, de oorlogen en hoe het milieu eraan toe is.”

Een aantal jaar later begon hij een project dat nog zeker vijftien jaar door zou gaan: Project Humanity. “Ik begon mensen te portretteren. Allemaal op dezelfde manier. Eerst negen jaar in Nederland, toen overal ter wereld. Ik moest het ook leren, blijkbaar. Om de mensen die ik ontmoette op een waardige manier vast te leggen. Want dat was wat ik wilde doen: de mensheid op een waardige manier vastleggen, in al haar gebrokenheid.”

Contact
Ruben doet dat op zijn eigen manier: vrolijk, energiek, positief. Hij maakt eerst echt contact met de mensen die hij fotografeert. “Veel mensen vinden het eng om op de foto te gaan. Het is ook best kwetsbaar. Ik wil op de foto de binnenkant van mensen laten zien. Om vertrouwen te scheppen zeg ik vaak: als je in de camera kijkt, mag je aan je Schepper of aan iemand anders denken; ik ga nu even weg. Ik ben natuurlijk niet echt weg, maar het helpt mensen om echt te zijn als ze in de lens kijken.”

"Dan besef je dat sommige mensen zo weinig hebben, dat een foto van onschatbare waarde is.”

Onschatbaar
Ver over de grens werkt Ruben samen met een vertaler. Dat had hij bijvoorbeeld nodig toen hij in een vluchtelingenkamp in Irak was. “Ik heb lang gezocht naar een kamp met Jezedi’s. Dat volk intrigeert me. Veel mensen in mijn serie zijn onderdeel van zo’n verstoten groep, een minderheid. Ik was euforisch toen ik hen eindelijk vond, maar het bleek lastig om ze op de foto te krijgen. Toen hielp het dat ik een printer op een accu bij me had. Ik geef aan iedereen waar ik een foto van maak, ook een afdruk van die foto. Ik wil niet alleen iets halen, ik wil ook iets geven. Er stonden algauw rijen in dat kamp. Dan besef je dat sommige mensen zo weinig hebben, dat een foto van onschatbare waarde is.”

Gebaar
De mooiste reactie op het krijgen van zo’n foto kreeg Ruben, gek genoeg, op een blindenschool. “Ik was in Sri Lanka op een schooltje. De kinderen stonden in de rij om op de foto te gaan. Ik vroeg me af wat ze er aan zouden hebben, zo’n foto, maar toen ze hem kregen waren ze zo blij. Ze voelden er aan. Sommige kinderen konden nog een paar procent zien, en hielden de foto dicht bij hun gezicht. Wij zouden denken: zoiets geef je niet aan een blinde. Maar misschien gaat het gebaar verder dan alleen het beeld.”

"Misschien was het hele project nodig zodat ik mijn eigen waardigheid zou vinden.”

Lelijk
Hoe blij mensen reageerden op een foto van zichzelf in het verre buitenland, hoe anders mensen in Nederland soms reageerden. “In de negen jaar dat ik hier tieners heb geportretteerd, zijn er veel jonge meisjes geweest die zeiden: nee, ik wil niet op de foto, ik ben lelijk. Dan zei ik: maar je bent práchtig. Ik vind het zo erg dat die meiden het schoonheidsideaal van de media op zichzelf leggen. Ik heb eens een meisje met anorexia op de foto gezet. Deze foto heb ik heel groot afgedrukt. Hij hing op een festival. Jaren later zag zij die foto van zichzelf hangen en besefte: dat ben ik. Ze was geraakt. Ze wilde graag nog een keer op de foto, omdat het inmiddels zoveel beter met haar ging. Ik merk dat mijn portretten ook een helend effect hebben. Ik kan het natuurlijk niet meten, maar gezien en vastgelegd worden – dat doet iets met je.”

Moeilijk
Vast onderdeel van het proces is dat Ruben altijd duidelijk uitlegt waarover zijn project gaat. Hij is begonnen aan een boek over de portrettenserie. “Een hoofdstukje hieruit heet ‘opbergen of uitdelen’. Ik kon leven met het idee dat ik het doosje met foto’s dicht zou laten. Juist omdat het zijn belangrijkste doel al heeft behaald: ik heb duizenden keren aan mensen mogen vertellen hoe mooi en waardig ze zijn, en dat ik denk dat ze naar Gods beeld zijn geschapen. Maar ik ben zelf ook door een moeilijk proces gegaan gedurende dit project. Een tijd geleden kwam ik op dit terrein in Zaandam terecht. Ik heb een veel mooiere studio gehad, maar ik kon het niet meer betalen en moest mijn inboedel verkopen. Ik had het financieel zwaar, het ging niet goed met onze pleegdochter, ik liep tegen onverwerkte dingen uit het verleden aan bij mezelf. ‘God, bemoedig me!’ riep ik naar boven.”

Waardigheid
“Dat is voor mijzelf een vreemd aspect aan dit project over menselijke waardigheid. Uitgerekend ik moest dat in beeld brengen? Ik vond in iedereen waardigheid, behalve in mijzelf. Een tijd lang wilde ik het opgeven. Al mijn geld en tijd zat in het project, en ik ging twijfelen of het wel mooi was, of die portretten wel zo bijzonder zijn. Het voelde als een doodlopende weg. Hoe naïef was ik wel niet, een doodnormale jongen uit Amsterdam-Noord – alsof die een museum kon beginnen met portretten. Maar weet je, iedereen heeft zo’n verhaal. Iedereen moet leren omgaan met duisternis. Dat verwacht je misschien niet, bij mij. Ik ben een enorme people pleaser en lijk altijd vrolijk. Maar men weet niet dat ik op mijn twaalfde mezelf had beloofd om nooit meer te huilen. Het is een overlevingsstrategie. Ik ben blij dat God me heeft laten inzien dat dat geen waardigheid was. Ik heb geleerd om voor mezelf te zorgen. Om God te zien in mijn binnenkant. Misschien was het hele project nodig zodat ik mijn eigen waardigheid zou vinden.”

"Toen ik daar stond, kreeg ik kippenvel. Dit was precies het museum uit mijn droom van zeventien jaar geleden!"

Stiekem
Toen Ruben op een oud legerterrein een studio betrok, viel hem vooral het gebouw ernaast op. Het hoofdkantoor van de munitiefabriek met een groot bord ‘verboden toegang – instortingsgevaar’. “Het gebouw trok aan me. Ik zag mannen met speciale pakken en helmpjes naar binnen gaan om het te inspecteren binnen. Ik heb gewacht tot de beveiliging weg was op vrijdagmiddag, ben door een gat in de heg gekropen en ging naar binnen. Toen ik daar stond, kreeg ik kippenvel. Dit was precies het museum uit mijn droom van zeventien jaar geleden! De gebroken vitrines, de nissen, de manier waarop je er rond kon lopen. Ik wist meteen: ik kan mijn droom hier verbeelden. Ik kwam vanaf toen stiekem elk weekend terug in het gebouw, en hing mijn foto’s op. Het werd een obsessie. Mijn foto’s vrijdag ophangen en zondag weer weghalen. Ik ben een keer betrapt, trouwens. De opzichter was woest dat ik naar binnen was geweest. Logisch natuurlijk. Maar ik kon niet anders. Ik heb er ook een korte film opgenomen met een filmmaker. Die wordt 1 en 2 juni op het Zaans filmfestival vertoond.”

“De foto’s hebben in dat vervallen gebouw gehangen. Mijn droom is verbeeld, dacht ik, dit was het dan. Terwijl ik op een bankje voor het gebouw zat, liep er een man in een extravagant pak langs. We raakten aan de praat. Hij vroeg me of ik soms ideeën had voor dit terrein. Ik zei toen maar dat ik wel een droom had voor één van de oude gebouwen hier. De man in het pak bleek architect. Hij gaf me drie namen waar ik wat aan zou kunnen hebben. Voorzichtig liet ik het idee toe dat het misschien wel écht kon: een museum der mensheid in die oude fabriek. Ik schreef een brief aan Kofi Annan. Maar na een maand kwam die geweigerd terug. Die drie namen breidden wel uit naar negen namen – inmiddels denken er veel mensen mee over het realiseren van het museum. Op dit moment hangt een deel van mijn werken al tentoongesteld in het gebouw naast de oude fabriek.”

Kofi Annan
Met Kerst, afgelopen jaar, kwam er een groot artikel in het Noord-Hollands Dagblad waarin Ruben zijn verhaal deed. De expositie ‘Museum of Humanity’ kwam eraan. De dag nadat het artikel was geplaatst, werd hij uit bed gebeld door iemand van de gemeente Zaandam. “'Ik heb uw verhaal gelezen, en ik ken iemand die Kofi Annan kent', zei die vrouw aan de telefoon. Ik geloofde het haast niet. Maar deze kennis bleek de dag erna naar familie in Ghana de gaan, en die familie woont in de straat van Kofi Annan. Hij heeft voor mij een boek met foto’s afgegeven aan de deur, met de verzekering dat dit boek aan Kofi zou worden gegeven. Dat is toch fantastisch? Ik heb er overigens nog niets op gehoord. De man die mijn boek mee naar Ghana nam, wil de expositie van Humanity nu wel in Duitsland exposeren. Ik weet nog altijd niet waar deze droom me naar zal leiden, en ik hoop – hoe naïef ook – nog steeds dat deze oude fabriek zo’n plek zal worden. Niet zomaar een plek waar al die mensen op mijn foto’s hangen, hoor. Het gaat niet om mijn werk. Ik denk dat in een ‘Museum of Humanity’ alle mensen - in hun gebrokenheid - leven moeten laten zien. In dans, theater, muziek, woorden. Zo’n plek zou het museum van de mensheid moeten worden. Waar je wordt rondgeleid door een vluchteling of een kind met autisme. Een plek waar de mensheid weer wordt gevierd.” 

Kom kijken

Wil je de portretten van Ruben bekijken? De expositie in Zaandam duurt nog tot 9 juni, dus wees er snel bij! www.museumofhumanity.nl