De Bijbel is meer dan een taalkundig hoogstandje

Twee mannen die vrijwel dagelijks studie maken van de Bijbel, Opperrabbijn Benyomin Jacobs en literatuuronderzoeker Jan Fokkelman, vertellen over de bijzondere manier waarop de Bijbel is geschreven.

Gepubliceerd: 17 juli 2017 in Geloven Tekst: Rinke Verkerk Beeld: Ruben Timman

Rabbi Jacobs, geniet u als u de Bijbel leest?
‘Genieten is geen term die ik waardig vind om te gebruiken bij het lezen van de Bijbel. Het is niet relevant of ik geniet. Ik doe het primair voor de Eeuwige.’

Leest u dan weleens met plezier?
‘Altijd! Ik lees altijd met plezier.’

 Waar komt uw plezier vandaan?’
‘God heeft Zijn wijsheid in de Bijbel gestopt en ik stop mijn wijsheid in het bestuderen ervan, dus op dat moment ben ik één met de Eeuwige.’

Geeft u eens een voorbeeld van wijsheid die God in de Bijbel heeft gestopt?
‘Waar begint de Bijbel mee? Met: In den beginne schiep God de hemel en de aarde. In het Hebreeuws staat er: ‘Beresjiet bara elohim....’ Ofwel, de Bijbel begint met de tweede letter van het Hebreeuwse alfabet. Logischer zou het zijn, ook grammaticaal, als het zou beginnen met de eerste letter, de Alef, wat staat voor het getal 1 en voor God. Waarom begint het niet met God? Dus: ‘God schiep in het begin...’? Als je naar de Hebreeuwse lètter kijkt voor B, ziet die er zo uit:   . Dus een plafond, een muur, en een bodem. Goed. Ga eens in dat bouwwerk van die letter staan, en bedenk dat je Hebreeuws van rechts naar links leest. Wat zie je dan? Niets van wat er vóór die letter staat. Dan loop je tegen een muur op. Je kunt alleen zien wat erna komt. De eerste les van de Bijbel is dus dat we niet kunnen begrijpen wat voor de schepping heeft plaatsgevonden. Dat we God niet kunnen vatten. Als ik dat weet, kan ik pas gaan leren over de Eeuwige en Zijn wijsheid. Dat is een heel belangrijk uitgangspunt.’

De schrijvers van de Bijbel zijn taalkunstenaars,’ zegt hij. ‘Ze zijn niet naar de zondagsschool geweest, niet naar de kerk, hebben geen filosofie gestudeerd, maar hebben vanaf het begin gespeeld met taal.

Taalkunstenaars

Jan Fokkelman is literatuuronderzoeker en Hebraïcus. ‘De schrijvers van de Bijbel zijn taalkunstenaars,’ zegt hij. ‘Ze zijn niet naar de zondagsschool geweest, niet naar de kerk, hebben geen filosofie gestudeerd, maar hebben vanaf het begin gespeeld met taal. Dit zijn de beste teksten die in die tijd geschreven zijn. Een klassiek kenmerk van Hebreeuwse poëzie die we door de hele Bijbel vinden is parallelisme: twee opeenvolgende zinnetjes die elkaars betekenis uitleggen, verdiepen en interessant maken. En dan nooit op een domme manier, zo van: A is gelijk aan B. Neem Psalm 1: ‘Gelukkig is de mens die vreugde vindt in de wet van de HEER en zich verdiept in Zijn wet dag en nacht.’ Of Spreuken 9:10: ‘Wijsheid begint met ontzag voor de Heer, inzichtig is vertrouwdheid met de Heilige.’ De variatie brengt spanning teweeg, zet je aan het denken.’

Onfeilbaar

‘Vind ik dit een mooie tekst, is dat mooie poëzie... Dat is Joods en religieus bekeken helemaal geen relevante vraag!’ zegt Rabbi Jacobs. ‘Jij wilt weten wat ik mooi vind? Dat zeg je over een detective of een film van Hitchcock. Dit is het woord van de Eeuwige. Mooi, poëtisch... Wie ben ik om dat te zeggen? Hij heeft het geschreven! En dus studeer ik erop. Punt. Als ik de Bijbel zou benaderen als wetenschap, verlaag ik de Bijbel tot poëzie, taalkunde, een mooie prozavorm... Het is natuurlijk schitterend als ik door mijn studie de rijkdom van de tekst ontdek. Maar het is nog schitterender als dat niet mijn drijfveer is. God geeft ons in de Bijbel een voorwerp om Hem te dienen. De Tora [de vijf boeken van Mozes] eindigt met een treurrede over Mozes die sterft. Daar wordt geschreven dat Mozes de Stenen Tafelen met daarop de Tien Geboden kapot heeft gegooid omdat hij ziet dat het Joodse volk een gouden kalf heeft gemaakt dat het aanbidt als afgod. God zegt dan: ‘Dankjewel, Mozes, dat je de Stenen Tafelen gebroken hebt.’ Beetje vreemd om daar de Tora mee te eindigen, toch? Normaal eindigen stukken uit de Tora met iets positiefs, en dus zéker de héle Tora. En daarbij: Een treurrede eindigt altijd met de belangrijkste dingen die iemand heeft gedaan. Hoe kan dit nou het belangrijkste, en ook nog positief zijn? Het antwoord is: Mozes zag het volk met afgodendienst bezig. Een normaal mens had die Tafelen aan de kant gezet, was naar het volk gegaan, en had gezegd: Kom tot inkeer, en we gaan weer gezellig verder, maar Mozes begreep dat die Tafelen met Gods woorden totaal waardeloos zijn als mensen de Eeuwige vergeten. Dat was het belangrijkste wat hij naliet na zijn dood.’

Levend geloof

De Bijbel is geschreven door een groot aantal verschillende schrijvers. De filosoof Prediker tegenover de vertelkunstenaar van het boek Samuël. Fokkelman: ‘Als je meteen over hooggeestelijke dingen wilt beginnen, loop je heel veel rijkdommen mis, die de schrijvers via hun vertelkunst en dichtkunst over willen brengen. Neem het boek Samuël. Dat boek bestaat uit 90 literaire delen. Deze enorme compositie begint met het lied van een moeder: Hanna. Zij heeft na veel pijn en verdriet haar eerste kind, Samuël, gekregen. In haar lied vraagt ze God zeven keer of haar zoon gewenst mag zijn bij God. Er wordt dus zeven keer om leven gevraagd. Het einde van deze enorme compositie is in het boek Koningen beland: 1 Koningen 2. Hier is weer een moeder aan het woord: Bathseba. Zij brengt ook een verzoek over aan een koning, dit keer niet bij God maar bij haar zoon Salomo. Ze vraagt om gunst voor een prins, Adonia, die Salomo van de troon wil stoten. Ze weet dat haar pleidooi dodelijk is voor Adonia. Hoeveel vragen vind je in haar verhaal? Ook zeven! Koning Salomo ontploft in woede en Adonia’s doodsvonnis wordt geveld.

Het boek Samuël is dus omlijst met zeven keer vragen. Zeven keer vragen wat tot leven leidt, en zeven keer wat tot dood leidt, in beide gevallen door een moeder. Dat is een ongelooflijk knappe literaire manoeuvre die laat zien waar het boek Samuel over gaat: leven en dood. Als je dat ziet, ga je ook zien dat dit thema tot in detail is doorgevoerd. In het exacte midden van haar lied zingt Hanna bijvoorbeeld: ‘De Heer geeft dood en hij geeft leven.’ In het exacte midden van de Samuëlcompositie staat weer een lied, een klaagzang van David, waar precies in het midden staat: ‘In hun leven en hun dood’. Het exacte midden vertelt dus de clou.’

Poëzie

‘Ik zal het Jodendom nooit aan een ander opdringen,’ zegt Rabbi Jacobs. ‘Hoe we verkondigen dat er een Eeuwige is, en dat we oog voor elkaar moeten hebben, kan voor christenen en Joden verschillend zijn. Maar de Bijbel is wel Gods Woord. Ik geloof dat ons hart net zo opgetild moet worden door een onbegrijpelijke wet als door begrijpelijke geschiedenis! Ze zijn even heilig.’

Het is onze taak om te heersen over dat dier in ons. Dus moeten we ons verwijderen van materialisme, het aardse, want daar hunkert het dier in ons naar.

Rabbi Jacobs, weten we niet pas wat God wil, als we ook weten wie God is?
‘Ja, precies, het is een wisselwerking.’

Wat gebeurt er als u zichzelf verdiept in een onbegrijpelijke wet?
‘Neem de wet: je mag alleen vlees eten van een dier dat herkauwt en gespleten hoeven heeft. Ik begrijp niet waarom dat beter is. Maar neem nu de filosofische verklaring. Wat is een hoef?’

Een voet.
‘Nee. Het zit tussen de voet (het dier dus) en de aarde. Ieder mens heeft in zich een beest, kwaad, en iets spiritueels, goed. Het is onze taak om te heersen over dat dier in ons. Dus moeten we ons verwijderen van materialisme, het aardse, want daar hunkert het dier in ons naar. De hoef verheft het dierlijke boven het aardse. Bijvoorbeeld: ik wil altijd de beste zijn. Maar wat nou als ik de beste wil zijn in bescheidenheid? Dan heb ik het dierlijke verheven.’

Maar waarom moet de hoef gespleten zijn?
‘Juist. Het antwoord is: omdat het niet de bedoeling is dat we ons uit het aardse terugtrekken. We moeten er juist zicht op houden. Een hoef daar kunnen we nog wel tussendoor kijken, naar de aarde, waarop de hoef staat.’