Creatief met kaarten

In plaats van drugs te nemen als hij zich rot voelt, tekent Clifton (45) geometrische vormen op kaarten met viltstift.

Gepubliceerd: 06 december 2017 in Geluk Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Margriet Alblas

Toen Clifton nog maar klein was, verhuisde zijn moeder met haar tien kinderen van Suriname naar IJsselstein, een dorp onder de rook van Utrecht. Zijn zieke vader overleed in Suriname. Geen van de kinderen kreeg de kans afscheid te nemen. Maar Clifton kende zijn vader ook niet echt. Hij herinnert zich alleen vaag een man. Van zijn moeder kreeg hij ook geen aandacht. “Ze heeft me nooit eens gevraagd hoe het op school was, of hoe ik me voelde. Daardoor wist ze ook niet dat ik werd gepest op school. Mijn zusje en ik waren de eerste zwarte kinderen op de katholieke school. Ze vonden me er raar uitzien. Op straat werd ik aangegaapt. Je zou het nu niet denken, maar destijds waren er geen andere donkere mensen in IJsselstein.”

Verdoven

Toch was Clifton al 25 toen hij voor het eerst een blowtje rookte. Hij kwam uit militaire dienst en hield van houseparty’s. Daar waren drugs genoeg. Het ging van kwaad tot erger. Speed, XTC op de feesten en uiteindelijk cocaïne en soms zelfs heroïne. “Ik gebruikte de drugs als ik me eenzaam en verdrietig voelde. Het was mijn manier van omgaan met die gevoelens. Het verdoofde me. Maar zorgde ook dat ik geïsoleerd raakte van andere mensen. Ik werd er alleen maar eenzamer door. Ik ben door de drugs ook veel geld kwijtgeraakt. Op mijn leeftijd had ik al twintig keer op vakantie naar Suriname gekund, maar ik heb dat geld in drugs gestopt. Kijk hoe ik er nu bijzit: ik kan niet eens een smartphone betalen. Ik heb het gevoel dat ik jaren achterloop met mijn leven.”

De drugs heeft Clifton uiteindelijk overwonnen. Hij is afgekickt, met vallen en opstaan. Voor hem was dagbesteding daarvoor de crux. “Ik ben begonnen bij 50|50 Food in een lunchroom. Ik had hierdoor een reden om op te staan en ergens voor te knokken. Nu werk ik bij 50|50 Food in de wijk Kanaleneiland in Utrecht. Ik maak het eten van mensen klaar, dat is superleuk. En ik verkoop mijn kaarten in de 50|50 Store in de Utrechtse wijk Overvecht.”

Hyperfocus

Hij maakt kaarten. Kleurige kaarten, met geometrische vormen. Maar waarom? “Dagbesteding is belangrijk, maar ik nam altijd drugs als ik me rot voelde. Ik ben nu clean, maar ik had iets anders nodig om te doen als ik die gevoelens kreeg. Eigenlijk is het maken van deze kaarten een soort creatieve therapie voor mij. Geen kaart is hetzelfde. Ik ga zitten en begin met tekenen. En dan ga ik er helemaal in op. Op deze manier komt er iets moois voort uit mijn hoofd. Iets waar ik trots op ben.”

Terwijl hij tekent heeft Clifton een hyperfocus. “Ik moet wel inspiratie hebben. Maar dat gaat meestal goed. Als ik teken, denk ik alleen maar aan hokjes, strepen en kleuren. En erna heb ik iets voortgebracht in plaats van afgebroken. Ik ga ook wel een beetje van ze houden. Verkopen of weggeven is dan best moeilijk. Ook omdat ik geen twee dezelfde heb. Maar het voelt ook goed om iemand anders blij te maken met mijn kaart. Zo doe ik iets goeds terug voor het Leger. De opbrengst van de kaarten doneer ik aan het Leger des Heils. En de kaarten die ik niet verkoop, verstuur ik aan de mensen die nieuw komen wonen in mijn woonvorm.”