Chris bidt voor zijn pilsjes

Zijn huis in Amersfoort is ernstig vervuild. Hij drinkt negen liter bier per dag. Van de zenuwen krabt hij zijn handen open. Maar ondanks zijn geheugenstoornis is Chris een meesterverteller. "Ik ben mijn eigen baas."

Gepubliceerd: 04 september 2017 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Madame Foret

We komen binnen in het appartement van Chris. Het ruikt er niet zo fris. We geven Chris een hand, maar ik moet toegeven dat ik dat spannend vind, bij het zien van zijn handen. Ze zijn zwart en er zitten open wondjes op. Terwijl ik plaatneem op een lege vuilniszak die ik zelf op de bank uitrol, checkt Barbara de slaapkamer. Er moet schoon beddengoed op. De muren zijn geel. Er loopt een kat door het huis. Achter Chris staan volle boekenkasten en een kar van de supermarkt met halve literblikken bier. Naast zijn stoel staat een volle vuilniszak. Voor hem op het tafeltje ligt een pijp en staat een blik. Hij kan niet goed zien, maar als hij zou vermoeden dat we het niet fris vinden – zou hij zich er ook niet druk om maken.

“Ik ben m’n eigen baas. Als mensen vinden ‘nou, nou hij drinkt wel een beetje early in the morning’: dat maak ik zelf wel uit!” Het is wel duidelijk dat hij blij is dat Barbara over de vloer is. Bij de vraag wat de wijkverpleegster van het Leger des Heils voor hem betekent, gaan zijn ogen glimmen. “Daar maak ik openlijk geen geheim van, en dat kun je best zien als een platonische liefdesverklaring: mijn favoriet in het Leger des Heils-team is m’n Babsje.” Barbara klopt hem op zijn schouder. Ze komt veel bij Chris. Schoonmaken, eten geven en voorbereiden voor een opname in specialistisch verpleeghuis De Blinkert van het Leger.

Vertrouwen

“Chris mindert nu al met drinken. Om te wennen aan de Blinkert. Van 18 naar 4 bierblikken. Je lichaam krijgt dan minder koolhydraten binnen, dus hij moet meer eten. We zijn begonnen met boterhammen. Elke dag komen we twee keer om eten te geven. Door zijn blindheid kan hij slecht voor zijn eigen eten zorgen. Chris vertrouwt ons nu, dus kunnen we hem ondersteunen bij het afbouwen van de alcohol. Meteen stoppen met bier kan niet in deze fase, dat geeft een groot risico op afkickverschijnselen en zelfs epilepsieaanvallen.” Chris luistert, en zegt: “Nou, nou! Dat valt wel mee hoor, Babsje! Ik ben wel eens meer geminderd. Dan zie je drie dagen lang biertjes voor je gezichtsveld trekken, maar ik ging niet trillen, ofzo.”

Hij spreekt met barse stem. Luid, duidelijk, en met veel mooie woorden en tussenzinnen. En met uitgebreide voorbeelden, waarin hij zijn herinneringen kracht bijzet door er een rollenspel van te maken. Barbara: "Dat helpt als je Korsakov hebt, om de structuur in je verhaal te houden." Chris: “Geef je mij dalijk even een blikje bier voor de gezelligheid?” En of we hem willen tutoyeren. "Ik heb een hekel aan dat meneren en mevrouwen." Dat heeft alles met zijn verleden te maken. Eenmaal daarnaar gevraagd, vertelt Chris honderduit.

"Maar je moet wel wat mooiere handjes krijgen, hoor." Chris: ‘Kindje, kindje, niet alles tegeliek!" Hij stopt zijn pijpje, half op de tast. Barbara loopt naar de keuken om een teiltje warm water te maken om zijn handen in te weken. Terwijl hij praat, krabt Chris zenuwachtig over zijn handen - er zitten wondjes op. Ik vraag naar zijn boeken. "Ik ben erudiet, weet je wat dat betekent?", vraagt hij. "Ja", antwoord ik. "Mooi, dan is dat ook opgelost." Jammer dat hij nu zo weinig kan lezen door de blindheid. "Ik geneer me nergens voor, hoor. Ik heb historische boeken waar de schrijvers een romantisch tintje aan hebben gegeven, thrillers, detectives en erotische boeken." Barbara beaamt het: "Je hoeft maar wat te vragen en Chris heeft het."  

Je bent dom! Je kunt niks!

Barbara: “Waarom ga jij zo voor rechtvaardigheid?” “Omdat ik vanuit het ouderlijk huis de grond in werd getrapt. Tot genoegen van de man die zich mijn vader noemt en mijn broer. Het geeft sowieso - daar heb ik mezelf maar overheen trachten te zetten - een grandioos minderwaardigheidscomplex. Chris verheft zijn stem nog meer: ‘je bent dom, je bent stom, je bent een klootzak, je bent blind, je loopt mank, je kan niks, je bent dom, je bent dom!’ Het blijft even stil na deze tirade. “Op den duur ga je het zelf geloven.” Barbara: je hebt er wel iets tegenover gezet, Chris. “Dan ga ik vechten! Te dom om te leren! Te stom om te lezen. Nou, daar kwamen ze achter. Wacht nou even, niet door me heen praten. Ik vraag wat aan mezelf en ik geef mezelf antwoord. Wat zei je nou, man die zich mijn vader noemt? Diploma op diploma!” Hij noemt zijn rij diploma’s op. “Ik zal je bewijzen wie er een klootzak is, pa!” Zelfs mijn vader moet toegeven: (zijn stem wordt zachtjes) ‘Ja, zo'n doetje is het toch eigenlijk ook niet’. Dan mag je best tegen jezelf zeggen: ze kennen lullen wat ze willen over me, maar ik heb toch maar een positite in de maatschappij bereikt. Niet dat ik stoer loop te doen in de stad. Maar ik ben er toch trots op dat ik ondanks mijn handicappen iets heb bereikt.” Barbara: Ondertussen even een boterhammetje smeren? “Nee!” “Maar het wordt toch etenstijd?” “Nee, ik eet pas als het lichaam erom vraagt.”

"Ik ben een mannetje van recht door zee. Als je me niet bevalt dan zeg ik het recht in je gezicht. Ik vertel het je onomwonden. Als ik iemand wel mag, laat ik het ook onomstotelijk dubbelzinnig blijken." Barbara knikt. "Bij Chris is het wel afhankelijk van het moment." Hoe dat werkt? "Ja, ik kan dat niet verklaren. Intuïtie? Weet ik veel! Ik voel feilloos aan of ik iemand ga mogen of dat het is van: jij en ik worden nooit wat." Barbara: Dat maakt wel heel veel uit. Omdat het tussen ons meteen klikte, mocht ik zijn voeten wassen en het beddengoed vervangen."

Bidden

Als Barbara zijn handen in het warme teiltje doet, ontspant Chris duidelijk zichtbaar. Hij vond het nog geen tijd, maar ze gaat toch alvast een boterham voor hem smeren. Als de handen schoon zijn, vouwt hij ze. Ik vraag aan Chris of hij eigenlijk wel eens bidt. "Jazeker", zegt hij, "maar dat vinden jullie misschien maar een kinderlijk gebed, wat ik doe." "Wil je met ons bidden, Chris?" Dat vindt hij prima. Hij zal bidden wat hij voor het beginnen van de dag bidt.

Da's typisch de Here

"Je gelooft dus in God?" "Jazeker", zegt Chris weer. "Door veel te lezen wist ik al wel dat er meer tussen hemel en aarde is. Van huis uit kreeg ik dat niet mee. We waren zonder god of gebod. Maar door bepaalde gebeurtenissen drong het tot me door: het is weer op z'n pootjes terecht gekomme, dat moet de Here gedaan hebben. De Here stuurt me naar een café, prompt krijg ik daar biertjes. Ik geloof streng in de voorzienigheid. Daar geloof ik heilig in. Ik denk vaak: daar mot de Here achter gezeten hebben. Zoals Sylvain Poons dat zo treffend zingt in de Zuiderzeeballade: 'Hier zie ik de hand en macht van onze Heer'. Ik ben ook eens gered van een brandje. Da's typisch de Here."