Cabaretier Roué Verveer: ‘De dood is er elke dag’

Cabaretier Roué Verveer is de koning van het relativeren, zonder dat hij onverschillig wordt. “Ik denk weleens dat ik door God naar de aarde ben gestuurd met een missie: mensen vrolijk maken.”

Gepubliceerd: 01 mei 2019 in Samenleving Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Raul Neijhorst

Cabaretier Roué Verveer: ‘De dood is er elke dag’

Cabaretier Roué Verveer is de koning van het relativeren, zonder dat hij onverschillig wordt. “Ik denk weleens dat ik door God naar de aarde ben gestuurd met een missie: mensen vrolijk maken.”

Gepubliceerd: 01 mei 2019 in Samenleving Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Raul Neijhorst

Roué (46): “Toen mijn vader kanker kreeg, was ik hem in mijn hoofd al kwijt. Niet dat ik niet op genezing hoopte, maar die realistische houding is een vorm van zelfbescherming. In het klein heb ik die houding ook in het verkeer, als iemand me afsnijdt bijvoorbeeld. Ik kan dat laten gebeuren zonder opgefokt te raken. Ik ben een Ajax-fan, maar als je mij een kwartier na de wedstrijd belt, hoor je niet aan me of Ajax gewonnen of verloren heeft.”

Stomste uitspraak ooit
“Ik leg collega’s vaak uit dat ze van hun werk als cabaretier hun leven hebben gemaakt. Het is hun zuurstof, maar voor mij is het puur werk. Tegen mij moet je niet zeggen: ‘Wat leuk, jij hebt van je hobby je werk gemaakt!’ Stomste uitspraak ooit. Het is bedoeld als compliment, maar een hobby is bedoeld om even te ontsnappen uit de sores van je dagelijkse leventje! Waarom zou je dan van je hobby je werk maken?! Alle spontaniteit is er dan vanaf. Dus: zodra ik na een show wegrijd, denk ik er niet meer aan. Ging het slecht, dan bedenk ik wat er verkeerd ging en parkeer ik het alsnog. Bovendien: ik kan er niks meer aan veranderen. In mijn omgeving weten mensen dat ik alles relativeer. Ik zie nooit leeuwen of beren op de weg. Mijn vrouw wel. Gelukkig maar, anders gaan we samen de mist in. We zijn een goed team, daarom zijn we al 29 jaar bij elkaar.”

Dood is er elke dag
“Omdat ik alles relativeer, was ik er niet helemaal kapot van toen mijn vader overleed, veertien jaar geleden. Nee, echt niet. Ik sta zo in het leven: de dood is er elke dag. Iemand gaat enthousiast naar z’n werk en bám – auto-ongeluk, in één klap weg. Niet dat ik daar elk moment bij stilsta, maar áls er iemand doodgaat, ben ik de eerste die weet: de dood hoort bij het leven. Dan kun je zestien keer vragen: waarom?! Waarom ik, waarom nu? Maar toen je al die ellende in de krant las, vroeg je ook niet: waarom overkomt hen dat, en mij niet? Maar acceptatie van de dood is essentieel. Als je de dood accepteert, is het herstel gemakkelijker. Niet eenvoudig, wel gemakkelijker.”

‘Ben jij verpleegster? Dan ben je veel belangrijker dan ik’

Roué, vader van twee zoons, leert zijn kinderen diezelfde houding aan te nemen. “Mijn jongste kon gaan huilen als ‘ie op z’n spelcomputer een spelletje verloor. Ik zei: ‘Als je gaat huilen, doen we dit ding weg. Dit hoort jou plezier te geven, maar als het gevolg is dat je gaat huilen, heeft het z’n doel niet bereikt’.” 

Door God gestuurd  
In 2011 ging Roué weer op zoek naar een kerk. Hij begon bekend te worden, iedereen vond hem geweldig. “Toen ik iemand met trillende handen een foto van me zag nemen, zei ik: ‘Doe eens normaal, ik ben gewoon Roué en kan toevallig grapjes maken. Wat doe jij voor werk? Verpleegster? Dan ben je veel belangrijker dan ik, jij redt levens!’ Door dat voorval ging ik nadenken. Ik miste iets, had wat tegenwicht nodig. Daarom ging ik op zoek naar een kerk, net als vroeger in Suriname. Ik vond een kerk met allemaal Surinamers. Eindelijk was ik weer onderdeel van een gemeenschap, één van de velen. Heerlijk.”

“Ik denk weleens dat ik door God naar de aarde ben gestuurd met een missie: mensen vrolijk en blij maken. Daarom doe ik ook niet mee aan de loterij; God laat me toch niet winnen, want als ik wél win, stop ik met mijn missie – haha!” 

Roué staat nog tot eind mei in de theaters met zijn show Heppie de Peppie. www.roueverveer.nl