Bang voor de straat

Samira kreeg een angstaanval in de supermarkt en ontwikkelde straatvrees. Nu werkt ze zelf in een supermarkt en durft ze de straat weer op. Hoe overwon zij haar angst?

Gepubliceerd: 03 augustus 2018 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Iris Dorine

Bang voor de straat

Samira kreeg een angstaanval in de supermarkt en ontwikkelde straatvrees. Nu werkt ze zelf in een supermarkt en durft ze de straat weer op. Hoe overwon zij haar angst?

Gepubliceerd: 03 augustus 2018 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Iris Dorine

We zitten op het terras bij de Starbucks, midden in het stadscentrum. Ik drink een cappuccino, zij iets met een ingewikkelde naam, maar in ieder geval zonder cafeïne. Dat kan namelijk een trigger zijn voor haar angstgevoelens. Samira (18) heeft veel last gehad van straatvrees en paniekaanvallen, na een ‘bad trip’ van een XTC-pil. Maar nu vertelt ze haar verhaal midden oin de drukte, terwijl er mensen langslopen en er verkeer langsrijdt, vrachtwagens toeteren en de deuren van de KFC open- en dichtgaan, open en dicht.

Ik zag Samira onlangs optreden op het Kunst-en Theaterfestival van het Leger des Heils in Utrecht. Op het podium van een volle zaal in Tivoli las zij haar verhaal voor. Een mooie, jonge meid, die zei: “Ik heb maandenlang binnen op mijn kamer geleefd, doodsbang om de straat op de gaan. Ik ben zo trots dat ik hier vandaag op dit podium durf te staan.” Hoe komt zo’n jonge, assertieve vrouw aan straatvrees?

Vermijden

“Mijn moeder deed haar best. Ze nam ons mee naar elk speeltuintje dat er was in de stad. Maar toen ik ging puberen, werd ik heel opstandig. Echt gewoon next level, hè. Ik maakte vreselijk ruzie met mijn moeder. Toen werd ik uit huis gezet. Het was de bedoeling dat ik een maand in de crisisopvang zou zitten, maar dat werden zes maanden. Daarna belandde ik op de groep. Ik werkte heel hard om weer naar huis te mogen. Maar ik had verkeerde vrienden. Toen ik weer naar huis mocht, was ik zo bang om weer weg te moeten, dat ik op mijn kamer bleef. Ik was aan het vermijden en voelde me depressief. Mijn zelfbeeld was zo laag, ik kreeg een eetstoornis. Dan at ik zo weinig mogelijk en daarna propte ik mijzelf weer vol en dan kotste ik het weer uit. Na drie maanden werd ik weer opgehaald. Na de crisisopvang moest ik naar De Wissel, een opvang voor jongeren. Daar heb ik vier jaar gewoond.”

Rebelleren

“Dat deed me geen goed. Ik dacht in het begin: weet je, ik ben weer uit huis gezet, het heeft geen zin. Ik werd enorm rebels. Ging bijna niet naar school, blowde elke dag. Ik was toen veertien. Ik koos er niet bewust voor om mijn vader na te doen, maar ik deed wel wat hij deed: drank en drugs gebruiken. Toen ik bijna naar een gesloten afdeling moest, dacht ik: dat nooit. Ik stopte met gebruiken en ging weer naar school. Ik was een half jaar clean toen ik weer eens een XTC-pilletje nam. Dat had ik daarvoor wel vaker gedaan. Als ik uitging, maar ook thuis als ik me rot voelde. Je voelt je helemaal gelukkig na zo'n pil; ik zat dan in mijn eigen wereldje. Koptelefoon op en alle endorfine die je lijf maar aan kan maken.”

"De kassamedewerkers dachten dat ik iets probeerde te stelen, omdat ik zo angstig keek."

“Maar van deze pil voelde ik helemaal niks. Ik dacht dat de pil misschien een ander stofje heeft aangemaakt dan serotine, waar je gelukkig van wordt. De dag erna ging het mis. Ik wilde even een boodschap doen bij de Albert Heijn, en toen kwamen opeens alle kleuren, geuren en geluiden heel hard bij me binnen. Mijn oren gingen suizen, je weet wel - net zoals wanneer je bijna flauwvalt. Alles kwam op een heel intense manier op me af, ik werd doodsbang. Ik liep zwetend langs de kassa. Daar dachten de medewerkers dat ik iets probeerde te stelen, omdat ik zo angstig keek. Ik ging terug naar huis, en daar begon het piekeren. Het was echt een hel. Ik zat te trillen van de angst, voelde me vreselijk alleen.”

Doodsangst

“Het lukte me zelfs niet om te slapen, maar toen ik eindelijk in slaap viel en weer wakker werd, was het paniekgevoel niet weg. Ik ben toen naar de groep gerend en heb verteld hoe ik me voelde. Ik was zo bang dat ik zo iemand werd die voor altijd in een psychose zit. Ik dacht dat ik gestoord was geworden. De huisarts zei dat het na drie dagen wel weg zou zijn, dan zou alles uit mijn lichaam zijn. Maar dat was niet waar, na een week was het nog niet over. Die week was echt de ergste die me ooit is overkomen en me ooit kan overkomen. Ik heb in doodsangst geleefd, ik wilde liever maar echt doodgaan.”

“Ik woonde toen net begeleid op een kamer, maar moest weer terug naar de groep. Ik bleef alleen op mijn kamer zitten. Cafeïne, chocola, suiker - ik wilde niks meer eten wat mijn angst erger maakte. Mijn eetpatroon werd daardoor heel streng, en mijn sociale netwerk viel weg. Ik kende daarvoor heel veel mensen, ging vaak met hen uit. Maar nu hield ik nog maar contact met twee mensen. Dan kom je er wel achter wie je echte vrienden zijn. Ik kwam ook niet meer buiten. Ik was alleen bezig met googlen naar de oorzaak van mijn angst, en zat depressief binnen. Als ik erop terugkijk is het een heel surreële tijd. Met hulp van heel intensieve begeleiding en medicatie begon ik te werken aan het overwinnen van mijn angst om naar buiten te gaan.”

Alleen met de bus

“Het gekke is: eerst was ik vooral bang dat zo'n aanval als in de Albert Heijn terug zou komen als ik buiten zou zijn. Maar dat groeide tot een angst voor alles buiten. Het oefenen ging stapje voor stapje. Eerst samen met een begeleider. Toen een stukje lopen met de begeleider tien meter voor me. Daarna twintig meter voor me. Op een gegeven moment ging ik alleen met de bus, terwijl de begeleider er met de auto achteraan reed. Toen écht alleen, maar dan bellend met een begeleider. En uiteindelijk kon ik weer alleen naar mijn werk. Maar daar verklootte ik het toen alsnog. Ik moest weer een paar dagen bij mijn moeder wonen en op mezelf. Sinds kort werk ik bij de Hoogvliet, in de supermarkt. Ik ben zo trots als ik de supermarkt weer gewoon in durf te lopen. Misschien vinden mensen dat raar, maar voor mij is dat echt een overwinning.”

“Wat ik nog niet zou durven is bijvoorbeeld alleen naar Antwerpen ofzo, om daar te shoppen. Maar misschien vinden meer meiden dat wel eng. Ik geniet nu van zwemmen, leuke dingen doen met goede vrienden zonder drugs of drank te gebruiken en bijvoorbeeld naar de bioscoop. Ik hoop dat ik, als het goed blijft gaan bij deze baan, uiteindelijk kan gaan studeren. Ik zou graag doorstuderen voor pedagoog en dan als ervaringsdeskundige jonge mensen helpen die door hetzelfde gaan als ik heb gedaan. Ik weet precies hoe het voelt. En zonder die begeleiders en mensen die in me bleven geloven, was ik nooit gekomen waar ik nu ben. Het lijkt me echt super als ik datzelfde aan anderen kan geven.”