Anneke brak voorgoed met drugs en prostitutie

Anneke Nuchulmans (57) groeide op in kindertehuizen, raakte aan de drugs en kwam in de prostitutie terecht. Haar verlangen om mooie relaties met mensen te hebben was lang haar valkuil, maar is nu haar strijdwagen.

Gepubliceerd: 10 juli 2017 in Leven Tekst: Rinke Verkerk Beeld: Margriet Alblas

Ze is klein, elegant en oogt jonger dan ze is. Dat komt door haar mooie huid. Terwijl Anneke dubbel heeft geleefd. “Ik ben veertig jaar lang dag en nacht doorgegaan.” Als elf maanden oud baby’tje, de vijfde van tien kinderen, plaatst de kinderbescherming Anneke uit haar ouderlijk huis in Breda. Een alcoholverslaafde vader en een zwakbegaafde moeder – het gaat niet. Samen met haar broertjes en zusjes komt ze in een kindertehuis bij de nonnen. Haar moeder komt zo vaak mogelijk langs. “Door weer en wind. Altijd hoogzwanger of net bevallen.” Haar vader ziet ze zelden. “Ik was zeven, acht, tien jaar oud, en zag hem in de kroeg. Ik moest voor hem dansen, dan kreeg ik chocomel. Ik heb hem denk ik vier keer gezien.”

Na het kindertehuis zullen vele verblijfplaatsen volgen. Anneke woont in pleeggezinnen, hotels, appartementen, de bajes, afkickklinieken, bij mannen, in sociale huurwoningen, en komt uiteindelijk via de 24 uursafdeling en Huis en Haard van het Leger des Heils in een zelfstandige woning terecht. Daar woont ze nu. Ze heeft gordijnen die met koorden bijeen zijn gebonden, kussens op haar hoekbank, een handdoek op het vloerkleed met speelgoed voor haar chihuahua Louietje. Het is haar allemaal dierbaar, vooral Louietje, maar het dierbaarst in Annekes leven is de relatie met haar zoon. Een foto van hem hangt aan de muur, met haar kleindochter in zijn armen. “Het heeft vier jaar geduurd, voordat hij me kon vertrouwen.” Strijden voor haar zoon is haar redding geweest.

Een hele rits mannen per avond

Het is een hard leven bij de nonnen. Anneke is zeven als ze voor het eerst wordt misbruikt. “De oudere meisjes hadden een met gordijnen afgesloten bed. Eén van hen dwong mij dingen bij haar te doen. Ik begreep daar niets van, behalve dat ik het niet aan de leiding mocht vertellen.

Het duurde twee jaar, toen ging ze weg. Maar ik was zo bang voor wat er verder kon gebeuren, dat ik ’s nachts in mijn bed plaste. Dan moest ik voor straf weer onder de ijskoude douche.” Op haar tiende komt Anneke in een pleeggezin. Met een eigen kamer, eigen visjes, vakanties naar Spanje, rust. Zij, Anneke! Ze begrijpt niet hoe het kan. Een jaar later besluit het gezin haar toch weer terug te sturen naar het kindertehuis. Anneke kan bij een andere familie wonen. “Op een dag kwam ik thuis en bood mevrouw mij sherry aan en sigaretten. Ze deed vriendelijk en ik mocht muziek draaien. Ik was zo blij! Toen kwam de aap uit de mouw. Meneer had seksuele wensen die mevrouw niet wilde vervullen, dus hadden ze bedacht dat ik het zou doen. Ik dacht: als ik het doe is ze misschien wel altijd zo aardig tegen mij. Ik moest er letterlijk van overgeven. Erna moest ik vaker, maar vriendelijk waren ze niet meer. Ik was dertien.”

Nu ben ik een hoer

Anneke woont ook weer in kindertehuizen. Soms met een van haar zussen. Ze wil graag een band met haar broers en zussen. “Zo één die je hoort te hebben met elkaar. Maar we woonden al vanaf ons tiende apart.” Toch voelt Anneke die band een beetje wanneer haar zus, die werkt als prostituee, Anneke één van haar vaste klanten aanbiedt. “Ik dacht: grote zussen zorgen voor je. En ze bedoelde het ook lief. Ik kon geld verdienen, en zij wist zeker dat deze klant goed voor me zou zijn. Maar na de afspraak dacht ik: nu ben ik een hoer. Dit is het laagste van het laagste. Ik was vijftien.”

Ik mocht lang niet gelukkig zijn van mezelf

Het werkt niet, met haar zus. Soms is die lief, maar vaak is het ook vechten. Een lange, knappe jongen geeft Anneke aandacht en coke. Anneke voelt zich goed. Misschien werkt dit wel. Tot ze niet meer zonder kan en de lange knappe jongen gewelddadig wordt. “Hij liet me Turkse pensions afwerken, een hele rits mannen per avond. En dat waren er veel. Heel veel. Voor een tientje of vijftien gulden. Ik voelde me zo vies, niets waard, een hoer.” Anneke doet een zelfmoordpoging.

Therapeuten zeiden dat ik van mezelf niet gelukkig mocht zijn. Uit solidariteit naar mijn broers en zussen. Dat was confronterend, maar nadenken durfde ik steeds meer Therapeuten zeiden dat ik van mezelf niet gelukkig mocht zijn. Uit solidariteit naar mijn broers en zussen. Dat was confronterend, maar nadenken durfde ik steeds meer

Seks en drugs

Haar jongere zusje Lia vindt en redt haar. Zij is de enige met wie Anneke echt hecht is. “We waren onafscheidelijk. Ze is eens voor me gesprongen toen ik aangevallen werd met een mes. We werkten samen, gebruikten en feestten samen, hielpen elkaar altijd.” Als Anneke besluit een gesetteld leven te willen, ‘huisje, boompje, beestje,’ is Lia haar grootste fan. Anneke is 21. Ze vecht zich clean, vindt een man en krijgt een zoontje, waar ze voor zorgt met het geld dat ze verdient achter de ramen. “Ik heb altijd geluk gehad daar, want ik verdiende goed.” Lia – stoere Lia, voor de duvel niet bang – breit in de gevangenis een blauw babypakje. “Ze was zo trots op mij, en op het feit dat zij tante was.”

Dan wordt Lia op zeer gewelddadige wijze vermoord. Het staat in alle kranten. Anneke stort in. “Ik kon niks, had koorts, ik was ziek van verdriet. Ik wist niet dat dat kon.” Ze raakt weer verslaafd. Haar huwelijk loopt stuk. Ze kan niet langer voor haar zoontje zorgen. Ze woont bij verschillende mannen. Het biedt bescherming, maar daar staat altijd iets tegenover. “Seks en geld. Ik betaalde drugs, sigaretten, drank, zakgeld... ik was altijd heel gul. Ook als iemand bijvoorbeeld ziek was. Dan gaf ik heroïne, want ik vond dat zielig.”

Soms kickt ze af. Haar oudere zus steunt dat weleens, “en dat was goed van haar, maar ik moest ook vaak wat terug doen. Haar hele huis schoonhouden bijvoorbeeld.” Anneke trouwt nog een keer, en ook dat huwelijk loopt stuk. Haar broer sterft aan een overdosis - van het gezin van tien kinderen zijn er nu nog vijf in leven.

Stoppen met drugs

Het is 2009 als Anneke weer wordt opgenomen in een afkickkliniek. Daar krijgt ze op één dag meerdere tia’s. Het wordt het omslagpunt van haar leven. Ze belandt op Herstart, een 24 uursopvanglocatie van het Leger des Heils. Hier krijgt ze een kamer en hulp bij haar problemen. Na veertien maanden kan ze bij Huis en Haard terecht, een vorm van hulpverlening waarbij ook aandacht is voor psychische problematiek. “Ik kon rustig gaan bedenken wat ik wilde met mijn leven. Dat had ik eigenlijk nog nooit gedaan, zelf nadenken over wat ik wil. Therapeuten zeiden dat ik van mezelf niet gelukkig mocht zijn. Uit solidariteit naar mijn broers en zussen. Dat was confronterend, maar nadenken durfde ik steeds meer.”

En dat is waar haar verlangen naar relaties haar strijdwagen wordt. Want Anneke weet wat ze wil. Eén ding: de relatie met haar zoon herstellen. Niet eerst zijn onvoorwaardelijke liefde krijgen, maar onvoorwaardelijk van hem houden. “Ik wilde dat hij weet dat hij dat waard is.” Het is moeilijk. Haar zoon is boos. Omdat ze er niet was, omdat het haar niet lukte om af te kicken – zelfs niet voor hem. Maar wat haar nooit lukte, lukt haar nu wel. Ze kickt af. “Mijn oud-begeleider Henk zegt dat ik dit niet mag zeggen - hij zegt: je hebt het zelf gedaan! - maar het is echt dankzij hem en het Leger. Henk was de juiste persoon op het juiste moment. Hij gaf mij zijn volledige vertrouwen, hij hoefde niks van mij terug. Als ik terugviel, was hij niet teleurgesteld. Anneke, zei hij, sta er niet te lang bij stil, want wij gaan door en jij kunt dit.”

"En dat is waarom ik mijn verhaal vertel. Om te zeggen: geef niet op!" "En dat is waarom ik mijn verhaal vertel. Om te zeggen: geef niet op!"

Mijn zusje werd vermoord

Ze leert ook grenzen aangeven. “Mijn begeleider zei steeds: Anneke, niet altijd ja zeggen, niet iedereen hoeft jou leuk te vinden.” Op een avond komt een vriend die nog veertig euro moet terugbetalen weer voor een tientje en zegt Anneke ‘nee, sorry.’ ‘Hij zei: oké, snap ik. Ik natuurlijk meteen mijn begeleider sms’en: ‘ik heb nee gezegd!’ Hij was supertrots.”

De relatie met haar zoon, die de reden is dat ze dit proces aanging, kost vier jaar. “Ik belde hem en hij nam vaak niet op. Ik stuurde berichtjes en hij stuurde vaak niets terug. Als hij wel met me sprak, zei hij vaak heel boze dingen. Ik kon dat voorheen nooit aan, maar nu wel. Ik vond dat hij het recht had op tijd en ruimte voor zijn gevoel en zijn verhaal.” En waar haar zoon misschien nog niet haar zoon kan zijn, wordt Anneke zelf steeds meer een dochter. “Ik vond God weer terug. Altijd had ik geloofd dat Hij mij beschermt, mijn Vader is. Tot mijn zusje werd vermoord. Ik dacht: hoe kan Hij dat nou toestaan? En zo bruut. Maar Hij is voor mij aan het kruis gestorven. Hoe kan Hij dan iets uit bruutheid doen? Hij is een Vader die bij me is en over me waakt.”

Hij is naar het podium gerend. Pakt voor de menigte zijn moeders hand, steekt zijn andere arm in de lucht, en schreeuwt door de microfoon: “Ik ben zo trots op haar! Ik ben zo trots!”

Op een gala-avond van het Leger in de Heineken Music Hall vertelt Anneke haar levensverhaal. Haar zoon heeft toegestemd in de zaal te zitten en er mag zelfs een lichtspotje op hem om te laten zien dat hij haar zoon is. Anneke spreekt de zaal toe. Mensen staan op uit hun stoelen, geven haar een staande ovatie. Maar waar haar zoon zit, is een lege plek. Hij is naar het podium gerend. Pakt voor de menigte zijn moeders hand, steekt zijn andere arm in de lucht, en schreeuwt door de microfoon: “Ik ben zo trots op haar! Ik ben zo trots!”

Mam, ik ben zo blij met je

Met de familie die ze nog heeft, bouwt Anneke een band op. Ze vieren haar moeders verjaardag samen. Moedigen elkaar aan via de familie-app. “Ik ben niet boos op mijn moeder. We zijn familie, ik wil dat we er met zijn allen iets goeds van maken.” Nog maar kort geleden belde Annekes zoon haar huilend op. “Mam”, zei hij, “ik heb het je zo moeilijk gemaakt. Maar ik ben zo blij met je.” Anneke krijgt het er nog een beetje te kwaad van. Ik zei: Ik heb je veel tekort gedaan. Maar hij zegt: Mam, dat is voorbij. Nu is alles goed. “En dat is waarom ik mijn verhaal vertel. Om te zeggen: geef niet op! Ik heb mijn zoon, vrienden, Louietje, zulke lieve mensen, dit huis. Wie had dat gedacht? Ik, een kansloos kind. Als je lang genoeg volhoudt, komt de juiste tijd, het juiste moment, de juiste persoon, en dan vind je wat je hart verlangt.”