Altijd op zoek naar vogels

Albert ziet ze vliegen. Hij hoort elk geluidje dat door een vogel wordt gemaakt en kijkt geregeld naar boven om te achterhalen welke soort er vliegt. Wat fascineert hem zo aan vogels?

Gepubliceerd: 26 september 2017 in Duurzaamheid Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Madame Forêt

Zijn huis ligt vol boeken over vogels. Met vogeltekeningen die Albert zelf heeft gemaakt. Er zijn houten onderzetters met uilenmotief, natuurposters. Hier woont overduidelijk een vogelaar. In een hoek staat een grote ‘kijker’ en op de grond ligt een camera met een enorme telelens. Tijdens het vertellen tuurt Albert regelmatig het raam uit.

Het begon toen hij een jaar of acht, negen was, zegt Albert. “Ik raakte geïnteresseerd in wat ik om me heen zag. Was in de klas afgeleid door wat ik zag bewegen in de boom achter het raam. En dat is nooit weg gegaan. Ik ben nog steeds snel afgeleid als ik iets zie bewegen. En dan met name in de natuur. Waarom ik me uiteindelijk zo stortte op vogels, kan ik niet precies uitleggen. Het is een soort jachtinstinct. Zou het daarom zijn dat vogelaars voornamelijk mannen zijn? We schieten ze dan wel niet meer uit de lucht, maar dat turen en zoeken geeft toch een bepaalde spanning.”

“Vogels vind ik de meest fascinerende beesten die er zijn. Er zijn bijna tienduizend verschillende soorten, je raakt nooit uitgekeken. En al die soorten vertonen weer ander gedrag. In Nederland leven veel soorten op een klein oppervlak. Er zijn veel mensen die het leuk vinden om die soorten te bekijken en te onderzoeken. Dat maakt het voor mij ook wel leuk hoor, ik had op mijn twaalfde al vriendjes waar ik samen mee de natuur in trok.”

Onderzoeken en beschermen

“Als tiener en begin twintiger deed ik wel mee aan die race dat je zoveel mogelijk verschillende soorten op je naam wilt hebben staan. Er zijn hele app-groepen en websites waar je realtime kunt volgen waar er bijzondere soorten zitten. Steeds meer mensen doen dat heel fanatiek. Inmiddels vind ik het onderzoeken en beschermen van soorten veel boeiender dan het zien van zoveel mogelijk soorten. Daarom ben ik bij Sovon Vogelonderzoek Nederland gaan werken. Hiervoor vertel ik soms iets over vogels op tv of in de krant. Bijvoorbeeld dat veel weidevogels worden bedreigd.”

Dat onderzoeken en beschermen doet Albert door vogels te tellen, en op basis van de telgegevens diegravender onderzoek te doen welke soorten bescherming nodig hebben en hoe dat kan. Het tellen gebeurt voornamelijk in het broed- en in het trekseizoen. Hij komt net terug uit Georgië, waar hij roofvogels heeft geteld die daar overtrekken om in Afrika de overwinteren. “Dat vind ik het meest interessante aan vogels: ze trekken. Dat is natuurlijk veel leuker dan een pissebed, dat z’n hele leven binnen een vierkante kilometer blijft. En dat je kunt weten waar die vogels heenreizen, omdat we ze ringen en met zendertjes uitrusten. Een vogel is een individu, dat heel veel interessante dingen doet. Ik kan in een nestkastje volgen hoe jonge vogeltjes in twee weken opgroeien tot prachtige vogels met de mooiste kleuren, patronen en snavels.”

Albert trekt de natuur in. Zijn kijker staat gereed, in een rood boekje houdt hij bij hoeveel watersnippen hij in de plas ziet zitten. Zijn schoenen zijn waterproof, wat handig is als je veel het moeras in trekt. “Kijk, die zwarte kraai en die torenvalk zijn aan het ruziën”, zegt hij. Even verderop staat een rijtje mannen met verrekijkers naar een groep vogels te kijken. “Er zit ook een kanoet tussen, he”, checkt één van de mannen bij Albert. 

Vogeltrek

“Ik heb geen favoriete soort, maar ik vind roofvogels wel heel gaaf. Het zijn zulke majestueuze dieren. Maar ook kleine grauwe vogeltjes boeien me, vanwege hun gedrag. Eén van de stoerste voorbeelden is de bosrietzanger, een soort klein musje. Die overwintert in Zuidoost-Afrika. Hij trekt vanuit Nederland achtduizend kilometer naar het zuiden, vliegt de Sahara over om daar eten te kunnen vinden. En dan komt hij rond 15 mei terug in Nederland. Dat zijn patronen die je als vogelaar gaan opvallen: of vogels eerder of later aankomen dan het jaar ervoor. Je gaat onderzoeken wat de reden kan zijn. Meestal is dat het weer – dan worden ze opgehouden door een storm, ofzo. Op lange termijn is daarvoor klimaatverandering verantwoordelijk. Maar als dat bosrietzangertje dan terug is in Nederland, heeft hij binnen een dag een partner en een paar dagen later liggen er eitjes in een nestje. Hij voedt zijn kleintjes gauw op en even later leggen de gezinsleden dezelfde marathon af naar het zuiden. Bizar, wat een kracht.”

Wat vindt Albert er zo leuk aan om vogelsoorten te beschermen?  “Ik vind het belangrijk dat de rijkdom aan soorten blijft bestaan. Ik ben niet activistisch ingesteld, hoor. Maar als je veel kennis verzamelt over soorten en zelf merkt dat je tien jaar geleden meer grutto’s zag dan de laatste tijd, dan word je wel somber. Ik word verdrietig als ik zie hoe slecht we het doen in Nederland. We zijn echt verkeerd met ons landschap bezig. Ik begrijp dat boeren het zwaar hebben, die moeten heel veel rendement uit hun land halen om de touwtjes aan elkaar te kunnen knopen. Dat we zo weinig voor ons voedsel willen betalen, eist z’n tol. Daardoor zitten er nu bijna geen scholeksters, kieviten en grutto’s in de weilanden. Ik voel de urgentie om het ongezonde systeem te willen veranderen.”

"Hoe meer ik weet van hoe dingen werken in de natuur, hoe kleiner ik me voel en hoe groter God voor mij wordt"

Deprimerend

“Je hoeft niet gelovig te zijn om je druk te maken om de natuur. Maar ik kijk wel als gelovig mens de wereld in. En dan vraag ik me af hoe het kan dat we op deze manier met de wereld omgaan. We zitten momenteel in de zogenaamde zesde uitsterfgolf. Eerder stierven bijvoorbeeld dinosaurussen uit door een meteorietinslag. Maar deze golf is bijna helemaal door mensen veroorzaakt. We nemen als mensen geen bescheiden plek meer in; we verzorgen de aarde niet goed. Als je met een evolutionistische blik kijkt, kun je zeggen: het is nu eenmaal een concurrentiestrijd tussen soorten en wij zijn de dominante soort. Maar dat vind ik deprimerend. Dat moderne wereldbeeld wil ik niet aanhangen; dat wij moeten profiteren van de natuur. Als christen geloof ik in het concept van verlossing. De mens moet worden verlost van zichzelf. En zoals er in de Bijbel staat: de schepping zucht als in barensnood. Ook de aarde wil verlost worden van de schade die wordt aangebracht.”

"Voor mij is het feit dat een vogeltje van twaalf gram tienduizend kilometer vliegt voor z’n jongen, bewijs dat God bestaat."

“Dat is meteen ook heel hoopvol: ik geloof dat ook de aarde zal worden verlost. De zonde heeft niet het laatste woord. Op een dag stopt het lijden. Ook dat van de schepping. En om niet in mineur te eindigen: hoe meer ik weet van hoe dingen werken in de natuur, hoe kleiner ik me voel en hoe groter God voor mij wordt. Ik geloof dat God aan het begin staat van de wereld zoals die er nu is. Hij heeft de diversiteit aan soorten zo bedacht, en heeft de evolutie ervan geregisseerd. Er is een bizarre orde ontstaan vanuit chaos. Door in verbinding te staan met onze natuurlijke omgeving, gaan we daar ook van houden. En willen we wat we kapot maken ook gaan herstellen. We gaan ons verantwoordelijk voelen. Voor stadsmensen is de afstand tussen hen en hun natuurlijke omgeving of wat er op hun bord ligt, heel groot geworden. Ga eens de natuur in, en verwonder je over wat God heeft gemaakt. Daarin laat Hij een stukje zien van Zijn enorme macht en creativiteit. Voor mij is het feit dat een vogeltje van twaalf gram tienduizend kilometer vliegt voor z’n jongen, bewijs dat God bestaat.”