Altijd op zoek naar planten

Bram kijkt overal in de berm als hij door de Alblasserwaard fietst. Want daar staan wilde planten en bloemen, en laat hij daar nu net álles van (willen) weten. Waarom vindt hij dat zo interessant?

Gepubliceerd: 13 september 2017 in Duurzaamheid Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Madame Forêt

Bram is een bescheiden man. Grote woorden geeft hij niet aan zijn fascinatie voor planten en de gedetailleerde tekeningen die hij er van maakt. Maar als je in zijn huis bent, getuigt alles hiervan. De boekenkast staat vol boeken over de Nederlandse flora, er hangen overal schilderijtjes met zelfgemaakte aquarellen en naar buiten kijken kan alleen via een haag van planten.

Kweekschool

Bram was onderwijzer op de basisschool in zijn dorp. Nu hij met pensioen is, heeft hij nog meer tijd voor zijn passie. “Maar ik denk dat ik de kinderen altijd wel iets heb meegegeven over de plantenwereld. Ze merken toch hoe graag je daarover praat. Ik heb geprobeerd ze het een en ander bij te brengen.” Zelf kreeg hij de interesse voor planten niet direct van huis uit mee. “Al hadden mijn ouders altijd wel oog voor de natuur. Maar toen ik op de kweekschool een docent had die met ons de natuur introk en echt soorten onderzocht, begon ik mijn kennis te vergroten. Ik trok vanaf toen met vrienden de natuur in. Kijk, ik weet ook wel veel over vogels en vlinders, maar ben gaandeweg vooral gaan letten op planten.”

Bijbel

Naast Bram ligt een versleten, gekaft boekje. “Deze gids heb ik altijd bij me. Je zou het de Bijbel van de planten kunnen noemen. Als je iets leuks ziet, maar je wilt controleren of het wel de soort is die je denkt dat het is – kun je het altijd even opzoeken.” Het blijft niet bij bestuderen. Bram tekent de planten heel natuurgetrouw na. Botanische tekeningen, noem je dat. “Op die tekeningen zijn de eigenschappen van een soort goed te zien.” Op de kweekschool begon hij met pen en Oost-Indische inkt, tegenwoordig maakt hij aquarellen. “Je tekent altijd een levende plant. Je moet het dus wel in één keer doen, want na een paar uur gaat de plant die je geplukt hebt, er minder levend uitzien.”

Zeldzame soorten

Wat ziet Bram in die berm, waar anderen gewoon denken: het staat hier vol onkruid? “Het heeft iets te maken met willen onderzoeken. Als je een bijzondere plant ziet, kun je ontzettend blij worden dat je hem ziet. Maar ook dat die zeldzame soort blijkbaar tóch nog in Nederland voorkomt. Zo zag ik onlangs een melkviooltje. Zo’n prachtige bloem. Die is heel zeldzaam. Dan voer ik hem in op de website waarneming.nl. Daar houden we met liefhebbers en onderzoekers de flora van Nederland bij.”

Tweede natuur

“Het is een tweede natuur geworden”, grapt Bram. “Ik kijk áltijd. Net als vogelaars elk vogelgeluidje oppikken. Het is een uitdaging om lastige soorten te determineren (vast te stellen welke soort het is, red.). Als je echt niet weet wat het is, kun je de plant drogen en opsturen naar het Nationaal Herbarium. Die zoeken het dan voor je uit. Er bestaat daarnaast een stichting die het beschermen van de flora in Nederland tot doel heeft: Floron. Veel mensen zijn met dit deel van de natuur begaan.”

“De plant waar je bij staat is de mooiste.”

Elke woensdagavond gaat Bram met een groepje floristen de polder in bij zijn woonplaats: de Alblasserwaard. “We markeren dan een vierkante kilometer en controleren binnen dat gebied welke soorten er groeien. Je kunt natuurlijk nooit elk plantje zien, maar wel een globaal overzicht geven van de diversiteit in zo’n gebied. Dat doen we van april tot september.” Een lievelingsplant heeft Bram niet. Hij glimlacht: “De plant waar je bij staat, is altijd de mooiste.”

Biodiversiteit

Planten beschermen, is volgens Bram wel belangrijk. “Hoe meer mensen weten over de flora, hoe meer ze er rekening mee houden. Daarom ben ik lid van een plantenwerkgroep van de Natuur- en Vogelwacht. Echt beschermen kunnen we planten niet, die zijn vogelvrij. Maar we kunnen wel onderwijzen en de stand bijhouden. De tegenwoordige bedrijfsvoering van boeren is echt rampzalig voor de natuur. Door het maaien en mesten gaat de diversiteit van de planten achteruit. Kijk, er komen genoeg planten bij, maar meestal van de agressievere soorten. De biodiversiteit gaat omlaag. Terwijl er veel diverse planten nodig zijn voor insecten en bijen. 

Bram loopt zijn tuin in. Het lijkt een gestructureerde wildernis. Overal planten, achterin een moestuin. “Kijk, dit is Munt. Maar deze soort is te harig voor thee, hoor. En deze Guldenroede groeit meestal langs de rivier. Het Koninginnekruid is een echte insectenlokker. En deze plant heeft zaadjes die pareltjes lijken. Het heet dan ook Parelzaad." Hij legt ze in zijn hand. Ze blinken in de zon.

Rentmeesters

Heeft zijn passie voor planten ook iets te maken met het feit dat hij in God gelooft? Daar moet Bram even over nadenken. Hij kijkt uit over zijn tuin. “Er zijn natuurlijk veel wetmatigheden in de natuur. Maar ik vind het ook heel bijzonder. Die communicatie tussen planten en dieren - dat laat mij wel verwonderen over Gods schepping. Zoals in dat liedje:

Mijn God is zo groot, zo sterk en zo machtig,
Er is niets wat Hij niet kan doen.
De bergen schiep Hij, rivieren erbij
De zeeën maakte Hij ook.
Mijn God is zo groot, zo sterk en zo machtig,
Er is niets wat Hij niet kan doen.

Dat verwoordt mooi hoe ik Gods schepping ervaar. Maar het geeft ook een verantwoordelijkheid. Zoals God de opdracht geeft aan ons mensen om rentmeesters te zijn van deze wereld, zo denk ik dat we zuinig moeten zijn op de natuur.”