‘Als je trouwt, blijf je gewoon bij elkaar’

Na een heftig ongeluk lag Edith zes weken in coma. Gevolg: ernstige hersenbeschadiging. Nu zijn zij en haar man Niko samen een pijnlijk mooi voorbeeld van liefde in voor- en tegenspoed. “Dit is het, klaar.”

Gepubliceerd: 01 april 2019 in Liefde Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Madame Forêt

Edith heeft vandaag een goede dag. Door de hersenbeschadiging verbruiken haar hersenen extra veel energie, waardoor ze soms dagen op bed ligt. Maar vandaag is ze kwiek. Niettemin valt helder formuleren en herinneringen scherp voor de geest halen haar soms zwaar. Op die momenten springt Niko bij.

Hoe is het tussen jullie begonnen?  
Niko (71): “Vertel jij ‘s.”
Edith (66): “Ik was achttien, Niko 25. Nu is hij 71. Zou je niet zeggen, he? ’t Is een lekker jong. Op mijn achttiende was ik in opleiding voor wijkverpleegkundige.”
Niko: “Ik studeerde bouwkunde. Een vriend nodigde me uit voor een feestje dat zijn vriendin organiseerde, in een zusterflat, met allemaal verpleegsters uit hetzelfde ziekenhuis. Daar mochten geen mannen komen, dat maakte het juist spannend. Op dat feestje ontmoette ik Edith en dat klikte gelijk.”
Edith: “Ja, was leuk. Ik vond ‘m wel een lekker stuk, en hij was geïnteresseerd. We gingen al snel dansen.”
Niko: “Ik vond haar een bijzondere schoonheid, haar uiterlijk kwam behoorlijk hard aan, haha! Zwart haar, golvend, tot op haar schouders. Van die mooie, ronde, grote kijkers. Mooi figuur ook. Wat we tegen elkaar hebben gezegd, weet ik niet meer. Maar het was snel aan.”

‘Nu ben je van mij’
De verkering duurde twee jaar. Niko vond Edith iets te hard van stapel lopen en maakte het uit, maar ze bleven vrienden. Edith trouwde met een ander, het huwelijk duurde achttien jaar. Niko reisde die achttien jaar de wereld rond, had enkele relaties én bleef klusjesman bij Edith thuis. 

Waren jullie stiekem nog verliefd?
Edith: “Daar had ik wel last van, ja.”
Niko: “Ik kan het ook niet helemaal ontkennen…” Een verliefde blik. “Maar in de periode dat ik, tot twee keer toe, haar huis verbouwde, hebben we de grenzen nooit overschreden.”
Edith: “Er is niks gebeurd.”
Niko: “Na haar scheiding zocht Edith me op en zei: nu ben je van mij.” 
Edith: “Ja, ik had zoiets van: nu pikt niemand hem meer in.”
Niko: “Vanwege haar twee kinderen hadden we afgesproken acht jaar niet samen te gaan wonen, totdat de kinderen het huis uit waren. In februari 2010 trouwden we, hier voor ons huis, dik feest. Dat organiseerde Edith, ik zag zo’n feest eigenlijk niet zitten. In september, datzelfde jaar, gebeurde het ongeluk.”

Wat weet jij daar nog van, Edith?
Edith: “Alles. Ik had een volkstuintje in de buurt. En eh…, nu ben ik het even kwijt. Oh ja, ik was onderweg naar huis, op de elektrische fiets. Een vrachtwagen kwam de hoek om, maar die jongen was druk met z’n telefoon. Een gróte vrachtwagen. Hij schepte mij, ik viel van m’n fiets.”
Niko: “Toen ik gebeld werd, viel alles om me heen weg. Ik was in shock, al wist ik toen nog niet hoe erg het precies was.” Een liefdevol tikje tegen Edith’s wang. “Toen je bijkwam, waren we zes weken verder. Het eerste wat je zei toen je uit coma kwam, was: ‘Gelukkig zijn we getrouwd’. Dan kan ik je niet meer verliezen, dat. Ik had er rekening mee gehouden dat ze niet meer wakker zou worden, dat was ons ook verteld. Pas toen ze ging revalideren in het verpleeghuis, kwamen de emoties bij mij boven. Voor die tijd hadden we nog hoop, maar in dat verpleeghuis bleek pas de ernst van de situatie, hoe de rest van ons leven er ongeveer uit zou gaan zien. Die comatoestand heeft te lang geduurd voor goed herstel.”

Geen getuige nodig
Na het ongeluk stopte Niko als timmerman om fulltime voor Edith te zorgen. Hij verbouwde zo ongeveer zijn hele huis om het rolstoeltoegankelijk te maken, met als hoogstandje een complete lift middenin het woonhuis.

Een veelomvattende vraag, maar wat is er zoal in jullie relatie veranderd sindsdien?
Edith: “Niko is nog even leuk! Ja!”
Niko: “De relatie is dieper geworden, zo ervaar ik het.” Edith knikt. Niko: “Tegelijk is de relatie naast man/vrouw ook die van patiënt/verzorger geworden.” 
Edith: “Maar we bespreken nog veel met elkaar.”
Niko: “Zeker op goede dagen als vandaag, dan begint het weer op onze oude relatie te lijken. Maar samen op vakantie is ingewikkeld, de vakantie regelen en voor Edith zorgen is haast niet te doen. Daarbij: tijdens een week vakantie ligt Edith ruim een halve week op bed. Na vandaag zal ze ook weer één 
à twee dagen moeten bijkomen. Daarom hebben we weleens familie meegenomen op vakantie, of we gingen mee op een georganiseerde reis.”

Lukt het om in jullie situatie de romantiek nog op te zoeken? Waar genieten jullie samen van?
Niko: “Dat is lastig, het contact is niet meer zoals vroeger. Maar wij knuffelen veel.”
Edith: “Ja, hartstikke goed.”
Niko: “Dat is het eigenlijk. Seks werkt niet meer. Maar dat is voor echte liefde volgens mij ook niet noodzakelijk.”

Hoe lukt het om bij elkaar te blijven als één van beiden zo verandert?
Niko: “Dat gaat natuurlijk vooral mij aan; ik heb het me gewoon voorgenomen. Een goede vriend vroeg me ooit om zijn getuige te zijn, maar die verantwoordelijkheid wilde ik niet op me nemen, die woog te zwaar. Zelf had ik bij mijn huwelijk met Edith geen getuige nodig. Als je trouwt, blijf je gewoon bij elkaar. Dit is het, klaar. Zo zit dat bij mij, en zo denk ik er nog steeds over.” 
Hij loopt naar het koffieapparaat, tikt onderweg speels met een latje op het hoofd van zijn geliefde.

Wat missen jullie het meest?
Niko denkt lang na. “Toch dat geestelijke wat je samen had. Maar ook het fysieke, waar we het net over hadden.”

Edith, wat waardeer jij het meest aan Niko? 
Edith: “Dat ‘ie voor mij kiest en van me houdt. De liefde tussen ons is nog steeds heel goed en heeft ons erdoorheen geholpen, de afgelopen jaren.”

En hoe probeer je op jouw manier je liefde te tonen?
Edith: “Gewoon, door er voor hem te zijn.”
Niko: “Ik weet nog wel iets, misschien kom je daar nu niet op. Kijk: 24-uurszorg is niet eeuwig vol te houden. Daarom is Edith nu een week in de maand elders. Aanvankelijk vonden we dat moeilijk, ik omdat zij weg was, en Edith omdat ze het liefst thuis wil zijn. Maar ik zie dat ze dat voor mij doet, om mij respijt van die zorg te geven. Dat zegt ze ook. Een daad van liefde.”
Edith, opgewekt: “Als ik vijf dagen in dat verpleeghuis ben geweest en ik kom weer thuis, dan ben ik weer hartstikke gek op ‘m, en zitten we elkaar echt lief aan te kijken!”