Als clown contact maken met kwetsbare mensen

Wilhelmus bezorgt mensen met een verstandelijke beperking en senioren een onvergetelijke middag. Als clown of in oranje pak. Waarom doet hij dat?

Gepubliceerd: 07 september 2017 in Geluk Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Madame Forêt

Het eerste dat opvalt aan Wilhelmus zijn zijn pretogen. Als ‘De Oranje Man’ of als clown Snørre vermaakt hij mensen – goocheltrucs, liedjes, gekke spelletjes: alles voor een onbezorgde middag. Het zijn de ogen van een gepassioneerd man.

Puur contact

“Ik hou natuurlijk van performen en zingen, maar doe dat het liefst voor een specifieke doelgroep. Driekwart van mijn optredens is in instellingen voor mensen met een beperking en voor senioren. Mijn grootste uitdaging is om puur contact te hebben met kwetsbare mensen.”

Hoe doet hij dat dan? “Als ik op een locatie kom, probeer ik direct de namen van vier mensen te onthouden. Als mijn show begint, zing ik een liedje waarbij ik die mensen in de zaal aanwijs en hun naam noem. Dat maakt het verschil. Het is belangrijk dat je meteen persoonlijk contact hebt. Net alsof clown Snørre gewoon iedereen kent van de instelling.”

Echt luisteren

“Ik kom altijd eerder aan. Ik proef de sfeer, zoek uit hoe ik met de mensen contact moet maken. Zo was er Fred, die had een oranje rolstoel. Daar moet De Oranje Man natuurlijk iets mee. Maar Fred is spastisch, dus kan niet praten. Ik vroeg hem of ik op de foto met hem mocht. Het was wel duidelijk dat hij dat heel graag wilde. Maar toen we gingen poseren, begon hij te brullen. Het duurde best lang om erachter te komen dat hij wilde dat zijn slab nog even afging voor de foto. Het is zó bijzonder om daar te tijd voor te nemen, en écht naar Fred te luisteren.”

“Plezier maken met kwetsbare mensen is soms best een uitdaging. Maar het maakt mijn werk zo leuk. Ik wil vooral graag heel normaal doen. Kijk, de mensen met het syndroom van Down die extravert zijn, krijgen heel vaak knuffels en aandacht. Maar mensen die moeilijker benaderbaar zijn, hebben dat net zo goed nodig. Ik probeer juist deze mensen erbij te betrekken. Daar waar anderen dat eng vinden – bang om iets verkeerds te zeggen –, daar doe ik dat juíst.”

Uitdagen

“Dat kan bijvoorbeeld bij mensen die zwaar autistisch zijn, best nauw steken. Ik wil ze uitdagen, maar ze ook de ruimte geven hun grens aan te geven. Er is altijd een gemakkelijke optie niet het podium op te hoeven. Je kunt altijd zelf kiezen. Maar ik probeer het vrolijk en veilig genoeg te maken, zodat hij of zij het tóch durft. En vervolgens de tijd van z’n leven heeft.”

“Ik ben de meest serieuze clown van Nederland. Eentje die je positief uitdaagt. Er zijn natuurlijk altijd mensen, die bang zijn voor clowns. Ik houd daar rekening mee. Ik zeg ze dan dat ze maar naar m’n ogen moeten kijken. Aan de ogen kun je namelijk zien hoe iemand je benadert. Soms mag een kind van te voren even in de kleedkamer komen om te zien hoe ik me schmink. Dat scheelt ook. Mensen die het spannend vinden, kunnen altijd achterin gaan zitten en dan meer naar voren komen als ze zich er zelf klaar voor voelen.”

Positieve ervaringen

Waarom vindt deze serieuze clown het zo belangrijk om mensen te entertainen? “Er is zoveel eenzaamheid. Een lichamelijke of geestelijke beperking maakt je kwetsbaar. Het is daarom ontzettend belangrijk om samen met anderen dingen te beleven. Een middagje plezier met een clown of oranje man, is daar heel geschikt voor. Het geeft positieve energie. Ook bij demente ouderen zie ik dat. Het is essentieel voor je levenslust om nog eens ergens verwonderd over te raken. Daar kan een goocheltruc voor zorgen. Of ergens samen om te lachen. Door ouderen liedjes te laten herkennen van vroeger, geef ik ze ook een positieve ervaring.”

"Er is zoveel eenzaamheid. Een lichamelijke of geestelijke beperking maakt je heel kwetsbaar. Het is daarom ontzettend belangrijk om samen met anderen dingen te beleven."

“Als ik iets eerder ben, daag ik de ouderen uit om hun eigen verhalen te vertellen. Je kent dat wel: je komt op zo’n afdeling met allemaal ouderen, en die zitten zwijgend naast elkaar aan de tafel. Ik vind het fantastisch om dan te beginnen met ‘wie is er vaker dan vijf keer verhuisd?’ Vaak komen dan de verhalen los. ‘Oh, heb jij daar ook gewoond? Ken je dan die en die straat?’ En laatst besloot een meneer over zijn tijd in het Jappenkamp te vertellen. Na jaren zwijgen. Gewoon door zo’n eenvoudige vraag. Veel mensen willen best over hun leven vertellen, maar doen dat niet uit zichzelf.”